Getriggerd

Al ruim een jaar heb ik het gevoel dat school een trigger is voor het probleemgedrag dat wij thuis ervaren. Agressie en frustratie veroorzaakt door de overprikkeling op school, door alles en iedereen om hem heen. Misschien nog versterkt doordat hij cognitief niet voldoende uitdaging ervaart? Het is alsof wij hiervan thuis steeds de rekening krijgen maar bewijs hiervoor heb ik niet. Toch, buiten dat bewijs en los van mijn gevoel, moet de situatie op school inmiddels met uitroeptekens in ons dossier staan. De onrust van de laatste maanden van het schooljaar, het trauma dat zowel door mij als de leerkrachten van de vorige school wordt benoemd zou reden moeten zijn om hier in de begeleiding prioriteit aan toe te kennen.

De afgelopen maanden is de impact van school op het gedrag van Tije in mijn ogen vooral bevestigd. Tije gaat weliswaar (nog) niet met plezier naar school, maar het gaat thuis al stukken beter. Hij is nog steeds overprikkeld na een dag op school maar het is minder, zo veel minder. Dat maakt dat er zowel thuis als buitenshuis weer wat meer mogelijk is.

Als ik in de eerste schoolweek met de leerkracht en de intern begeleider om tafel zit blijkt dat zij niet op de hoogte zijn van de voorgeschiedenis, geen weet hebben van het trauma. Een gemiste kans. Maar de erkenning tijdens het gesprek en de manier waarop vervolgens wordt meegedacht en de lijn die wordt uitgezet maken dat ik hier snel overheen stap. Zeker omdat ik merk dat er direct iets mee gedaan wordt. Een klein stapje vooruit: Tije weet nu eindelijk wat de functie van school is en wat er van hem verwacht wordt. Maar die winst ziet hij zelf niet. De weerstand blijft.

Tijdens de kennismaking met de autismespecialist benoem ik direct het belang van contact en afstemming met school op korte termijn. Vrij snel daarna is er contact met de Gesper die dit ook benadrukt. Tije heeft een foutieve koppeling gemaakt waardoor alles wat er mee te maken heeft een negatieve lading krijgt: school is stom! Als we die koppeling niet snel doorbreken kleurt dit ook zijn nieuwe school. Zolang die koppeling bestaat is er geen ruimte voor verandering. Geen ruimte om tot ontwikkeling te komen. De kans op succes steeds een stukje kleiner omdat hij in alle onrust en onzekerheid een bevestiging van zijn negatieve ervaringen ziet. 

Een paar weken later vraag ik of er inmiddels contact is gelegd met school. Dit blijkt niet het geval. Opnieuw wordt gewezen op de statische weergave van het proces dat we doorlopen. Waar wij staan en op welk moment contact met school aan de orde komt. Dit keer wint mijn frustratie en geef ik tegengas. Ik sta erop dat we op korte termijn het gesprek met school aangaan. 

Ik krijg te horen dat we op die manier aan ‘symptoombestrijding’ doen. Dat we gaan kijken naar school terwijl het autisme van Tije het probleem is. Dat er een reden is dat we ons eerst moeten concentreren op de basis, omdat ik dan zal merken dat het ook op school beter gaat. Eigenwijs ben ik het hier niet mee eens. De problemen op school zijn dan misschien ontstaan onder invloed van ASS. Inmiddels is het probleem zoveel groter. Een bovenliggend probleem dat vervolgens door zijn autisme versterkt wordt.

Ik houd mijn poot stijf en schoorvoetend zegt de specialist toe contact op te zullen nemen met school. “Maar als er geen behandelvraag ligt op school, kan ik niks”, zegt ze als ze de deur uitloopt. Daarover maak ik me geen zorgen. Tijdens mijn gesprek op school heb ik dit begeleidingstraject al benoemd en de reactie was positief: zij staan ervoor open iemand mee te laten kijken en denken. Alle hulp is meegenomen! Een paar dagen later klinkt de stem van de specialist wat verbaasd als ze mij meldt dat haar contact met school heel goed is verlopen en dat er op korte termijn een afspraak gepland staat.

Samen met de Gesper heb ik eerder al de behoeftes van Tije in kaart gebracht: wat heeft hij nodig, wat zijn de voorwaarden om tot ontwikkeling te komen. Met Tije bespreek ik hoe het gaat op school. Deze punten neem ik mee als we een paar weken later daadwerkelijk met elkaar om tafel zitten: de leerkrachten, de internbegeleider, de specialist en de moeder.

We bespreken dat Tije elke ochtend een moeizame start heeft, dat dit op maandag het ergst is en gedurende de week elke dag een beetje makkelijker gaat. Dat Tije erg veel last heeft van geluiden van andere kinderen in de klas, vooral als hij aan het werk moet. Van de drukte op de gang als er van lokaal gewisseld moet worden. Dat hij situaties vaak echt anders ziet, zich uitgedaagd voelt terwijl hij simpelweg wordt aangesproken op zijn gedrag. Hoe hardnekkig hij vervolgens kan vasthouden aan zijn eigen overtuiging. Dat het voor de leerkrachten zoeken is hoe ze hier mee om moeten gaan. Ik benoem dat Tije zich niet begrepen voelt maar ook dat ik merk dat hij hier gezien wordt. Voor Tije heeft dit het nadeel dat hij niet langer weg  kan komen met het hem zo vertrouwde vermijdingsgedrag. Daarnaast geef ik aan dat Tije het aangeboden werk nogal makkelijk vindt, hier geen uitdaging ziet.

Het is een gesprek met de leerkracht en de intern begeleider, de specialist zit er bij. Het papieren kind en weten welk gezicht erbij hoort niet voldoende om in dit gesprek van toegevoegde waarde te zijn.

De conclusie is dat er op school nog veel vraagtekens en verbeterpunten liggen. Het is belangrijk om meer zicht te krijgen op de schooldag van Tije. De specialist zal een observatiemoment inplannen. Haar aanwezigheid bij dit gesprek maakt dat zij dit moment bewust kan kiezen en gerichter kan observeren. En dat is precies wat het doel is van dit gesprek: dat de specialist een observatie doet op school. Daar waar Tije zoveel onrust ervaart, waar ik geen zicht op heb en leerkrachten onvoldoende grip op hem krijgen. Daarnaast denk ik dat het voor het op maat krijgen van de thuisbegeleiding heel belangrijk is dat deze specialist zicht krijgt op het kind waarop zij haar protocollen los laat. Hopelijk gaan we dan eindelijk wat passen vooruit!


Eva (37) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al op IMG-20170708-WA0019jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. In het afgelopen schooljaar blijkt het regulier onderwijs onvoldoende passend. Tije is na de zomervakantie gestart op het Speciaal Basis Onderwijs. Na een maandenlange is nu ook de gespecialiseerde begeleiding opgestart.

Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat.  In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.


 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s