De laatste reguliere strohalm

Net voor de meivakantie is de inschrijving op de nieuwe school geregeld. Het hoofd en gevoel al snel op één lijn. In het laatste gesprek is een aanzet gemaakt tot een plan, in ieder geval voor de eerste weken: korte lijnen, veel overleg, een voorzichtige start. De inzet voor de komende tijd is om Tije weer met plezier naar school te laten gaan. Ik besef dat het belangrijk is dat Tije gaat inzien wat de functie van school is en wat er van hem wordt verwacht. Maar tegelijkertijd besef ik dat dat nu (nog) niet aan de orde is. Tije heeft in de afgelopen maanden, jaren misschien, een trauma ontwikkeld tegen school, een forse weerstand tegen taken en opdrachten. Wil hij tot leren komen zal hij zich eerst veilig moeten voelen.

Op de valreep neemt Tije net voor de Meivakantie afscheid van zijn oude school en klas. Ik voel dat het belangrijk is. Zijn vertrek hier was zo onverwacht, de aanloop ernaartoe zo heftig, dat een ‘laatste’ positief contact nodig lijkt. Tije vertelt enthousiast over zijn nieuwe school en mag trakteren. Hij krijgt een boek met tekeningen en brieven van zijn (oud-)klasgenoten. De leerkracht zegt mij dat het spijtig is dat het zo is gelopen. Ik bedank haar voor haar inzet, want daaraan heeft het niet gelegen. Ik neem haar niets kwalijk. Maar voel ook dat het voor mij nu klaar is. Niet alleen Tije heeft een afsluiting nodig, ik wil dit boek ook graag dicht kunnen slaan.

De laatste dagen van de Meivakantie kijk ik zo ongeveer van de agenda. Anderhalve maand thuis met Tije. Anderhalve maand geen school, een overdaad aan niet ingevulde tijd en ik zijn voornaamste steun en toeverlaat. Ik ben activiteitenbegeleider en beul, troost en veel getroffen doelwit. Alle woede en frustraties, de onzekerheid in deze periode. Ik krijg het op mijn bord. En ik ben moe, zo moe: de rekening van het trekken van die kar. Ik worstel de dagen door. Vol verlangen en angst leef ik toe naar de dag dat Tije weer naar school gaat. 

De maandag na de meivakantie begint met een afstemmingsgesprek. Dinsdag gaat Tije na ruim anderhalve maand thuis weer naar school. De uren gaan we de komende week langzaam opbouwen. Tije vindt dat maar onzin. Ik denk dat hij de impact van het weer naar school gaan onderschat, maar misschien onderschat ik hem?! Ik ben opgelucht dat hij zo positief is, er zoveel zin in heeft. Maar tegelijkertijd maakt juist die positieve instelling mij doodsbang. Want wat als het ook nu niet lukt? Hoe hard zal dan de klap zijn?

Mijn twijfels of Tije zijn draai kan vinden op het regulier onderwijs zijn de afgelopen weken eerder toe- dan afgenomen. Ik ben gaan beseffen hoeveel energie het vraagt om Tije aan het werk te krijgen. Afspraken maken gaat moeizaam, zodra er iets ‘moet’ volgt de weerstand. Een deel hiervan komt doordat zijn hoofd ‘puzzeltijd’ nodig heeft, zo heb ik inmiddels geleerd. Maar vaak blijft het ‘NEE!’. Hoe moet dit op school. Als ik Tije in een één op één situatie al nauwelijks kan aansturen, hoe moet een leerkracht dit in een overvolle klas dan zien te bereiken. Maar misschien zit ik er inmiddels te dicht bovenop, mijn frustratie hierover de laatste weken zo dicht aan de oppervlakte. 

Als er ergens nog een verstopte twijfel bestaat over de juistheid van de keuze voor deze school, wordt die tijdens het afstemmingsgesprek voorgoed het zwijgen opgelegd. De nieuwe leerkrachten van Tije stellen gerichte vragen. We praten over hoe zij het kunnen zien als hij overprikkeld raakt. Hoe ik inschat dat zij het best kunnen reageren om ervoor te zorgen dat Tije vervolgens niet doorschiet. En als dat toch gebeurt, wat dan? Afspraken, handvatten: voorkomen altijd beter dan genezen.  In het gesprek zoek ik naar balans tussen voldoende handvatten bieden en toch niet teveel invullen.  Ik zie in deze leerkrachten zoveel bereidheid  en gedrevenheid, begrip voor zijn situatie. Begrip dat ik zelf al lang niet meer kan opbrengen. Tije komt zonder twijfel terecht in een warm bad. Als moeder ervaar ik een basisveiligheid die ik op de oude school toch heb moeten missen. Ik hoop dat Tije dit ook zo gaat voelen.

Als ik op dinsdag met Tije de school in loop, staat de leraar al op ons te wachten. Boven de eerste twee haakjes aan de kapstok staat zijn naam. “Wij dachten dat het voor jou fijn is als jij een vaste plek hebt om jouw jas op te hangen!” Ik denk terug aan het gesprek gisteren, heb ik daarover iets gezegd!? Eigenlijk weet ik zeker van niet. Zoiets kleins: een vast plekje aan de kapstok, het is voor mij van grote betekenis. Naast alle goede vragen die er gisteren zijn gesteld, laat dit zien dat deze leerkrachten begrijpen dat juist die kleine zekerheden bijdragen aan het gevoel van veiligheid.

Alle begin is moeilijk, maar een goed begin is het halve werk. Ik hoop dat er met deze nieuwe start in dat starre koppie een knop om gaat. Dat deze leerkrachten de juiste toon treffen. Dat Tije met plezier naar school gaat. Ik hoop, misschien tegen beter weten in, dat Tije hier zijn draai gaat vinden, of in ieder geval voldoende rust om langzaam weer wat op te kunnen bouwen. Ik hoop het, waar ik weinig hoop heb. Waar de onrust van het ‘wat als het niet lukt’ overheerst. En ik hoop vooral voor Tije dat ik het mis heb!


Eva (36) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al  op IMG-20170708-WA0019jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. Na een escalatie tussen Tije en zijn leerkracht is hij niet langer welkom op school. Na anderhalve maand thuis start Tije op een nieuwe reguliere basisschool. Ondertussen staat het gezin op de lange wachtlijst voor gespecialiseerde begeleiding.

Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat.  In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.


 

Tussenschoolse Opvang

De weken voor de meivakantie staan in het teken van gesprekken en knopen doorhakken. Uit die gesprekken komt het voornemen om Tije na de meivakantie weer naar school te laten gaan. Dat betekent dat we voor de meivakantie niet alleen een andere school moeten uitkiezen, maar dat er ook een basisplan moet zijn voor de startperiode. 

Tije hangt thuis voortdurend om mij heen, claimt meer dan ooit. De overdaad aan vrije tijd geeft eerder onrust dan ontspanning. Hij leunt op mij om zijn dagen te vullen. Na de tweede week thuis laten we het werk dat ik van school heb meegekregen links liggen. Wat Tije er mogelijk van op zal steken weegt niet op tegen de frustraties. En dus vul ik zijn dagen. Met Klokhuis, met het Jeugdjournaal en met samen lezen. En vult Tije mijn dagen met strijd, veel strijd. Mijn dagen thuis gedicteerd door zijn aanwezigheid, de momenten van huis gevuld met gesprekken op en over school. 

Het maken van de keuze voor een andere school valt me zwaar. Ik heb immers eerder voor die keuze gestaan. Gekozen voor een school die aan lijkt te sluiten bij mijn  ideeën over onderwijs. In de jaren daarna kom ik er steeds meer achter dat de mooie verhalen in de praktijk niet altijd zo tot uitwerking komen. Ook wordt steeds duidelijker dat mijn idee over onderwijs voor Tije misschien niet passend is. Op de school van mijn voorkeur gaat het uiteindelijk helemaal mis. Ik vraag mij af of ik dan de aangewezen personen ben om opnieuw deze keuze te maken. Maar ik ben gegroeid de afgelopen jaren. Heb door de ervaringen en gesprekken een beter beeld van wat Tije nodig heeft. Bovendien ben ik een illusie armer: besef ik als geen ander dat de mooie praatjes en prachtige schoolgidsen niet altijd de waarheid tonen. 

De adviseur van de schoolbegeleidingsdienst heeft na zijn ‘oriëntatiefase’ een lijst mogelijke opties. Hij heeft informatie over de school, de situatie in de betreffende klas en kan een goede inschatting maken van de vaardigheden van de leraren. Uiteindelijk komt hij met een selectie van drie scholen. Nadat we alle voors en tegens hebben besproken besluiten wij om met twee scholen in gesprek te gaan.

Ik vertel Tije dat hij niet meer terug gaat naar zijn oude school. Ik benoem dat wij niet het gevoel hebben dat Tije op zijn oude school op de goede plek zit. Dat wij na alles wat er gebeurd is denken niet dat zij hem goed kunnen helpen. Ik leg hem uit dat zijn vader en ik gaan kijken en praten op andere scholen. Ik zou hem graag meer duidelijkheid geven, maar die heb ik zelf ook nog niet. 

Het liefst houd ik Tije hier zoveel mogelijk buiten. Maar nu hij voortdurend thuis is lijkt dat onmogelijk. Hij krijgt meer mee van de gesprekken en telefoontjes dan ik zou willen. Ik vertel hem daarom wel met welke scholen wij in gesprek zijn. Voor het eerst in tijden zie ik weer iets van enthousiasme in zijn ogen als we praten over school. De weerstand lijkt verdwenen, in ieder geval voor nu. 

Tije heeft een duidelijke voorkeur als het gaat om ‘zijn’ nieuwe school. Maar ik leg hem uit dat het een volwassen beslissing is, dat we over heel veel verschillende dingen moeten nadenken. Ik vertel hem dat hij er op zal moeten vertrouwen dat wij uiteindelijk de keuze zullen maken die wij voor hem het best vinden.

Ergens wil ik hem hier dolgraag bij betrekken. Tije meenemen in dit traject, of zelfs in het nemen van de beslissing. Maar er zijn teveel aspecten waarmee die we af moeten wegen. Teveel voor zijn kinderbrein, teveel voor mijn volwassenbrein zelfs. Ik ben mijn zelfvertrouwen kwijt, ben er niet van overtuigd dat ik voor hem de juiste keuze kan maken.

We bezoeken de eerste school. Op deze school komt Tije een in kleine klas met overwegend jongens. De leerkracht die voor de klas staat biedt erg veel structuur wat in deze pittige groep zeker noodzakelijk is. De betreffende klas zal volgend schooljaar worden samengevoegd waardoor een combinatiegroep van normale grootte zal ontstaan. Het is nog niet duidelijk welke leerkracht op deze groep zal komen.

We worden open ontvangen en krijgen een rondleiding. Tijdens een gesprek bespreken we de situatie en de mogelijkheden. Ik vertel eerlijk over de situatie op de oude school, over wat er is gebeurd. Ik vind de directeur wat aarzelend als het gaat om een plaats voor Tije. Het warme bad tijdens de rondleiding lijkt plaats te maken voor een ijskoud dompelbad. Het is prettig dat er reëel wordt gekeken naar de (on-)mogelijkheden, maar het maakt mij erg onzeker. Het voelt alsof we uit plichtsgevoel worden ontvangen, in plaats van uit bereidheid om Tije een plek te bieden. Wat als wij voor deze school kiezen en zij hem vervolgens niet willen? 

We bespreken het arrangement en de gespecialiseerde begeleiding waarvoor we zijn aangemeld. De directeur stelt dat zij zelf al ruime ervaring hebben met ASS, dat begeleiding van buiten af haar dan ook onnodig lijkt. Dit valt bij mij verkeerd, ik hoor dit immers al een heel schooljaar. We sluiten uiteindelijk het gesprek met de afspraak dat de directeur een en ander met de betreffende leerkracht zal bespreken en ons later deze week zal laten weten of zij het aandurven met Tije. 

Op de tweede school komt Tije in een grote combinatiegroep. De groep is vrij rustig en op dit moment is er een ruime bezetting qua leerkrachten.

Hier mist in eerste instantie de warmte bij de ontvangst, is er geen sprake van een uitgebreide rondleiding. Het gesprek start zakelijk. Als we de situatie bespreken twijfel ik even op ik moet benoemen dat Tije zijn juf heeft geslagen. Maar wil ik Tije een eerlijke kans geven op zijn nieuwe school, moet ik open en eerlijk zijn. De reactie verbaast me. Want waar ik een oordeel verwacht, hoor ik “wat vreselijk dat een kind zich zo in het nauw gedreven voelt, geen andere uitweg ziet dan slaan”. Ook hier wordt het gesprek besloten met de woorden van de directeur dat hij een en ander met de betreffende leerkrachten wil bespreken. Maar terwijl hij zijn pen neerlegt zegt hij “ik hoef het eigenlijk niet te overleggen, deze leerkrachten gaan hier gewoon voor!”.

En dan is het tijd om een keuze te maken. Twee verschillende onderwijsvormen, twee heel verschillende scholen met een eigen sfeer. Twee heel verschillende directeuren met elk een eigen benadering. Maak ik lijstjes met plusjes en minnen. Ik bekijk de praktische aspecten. En niet alleen voor nu. De houding van de huidige school heeft namelijk tot een vertrouwensbreuk geleid en ook Mara zal, al weet zij dat nu nog niet, na dit schooljaar vertrekken. Ik kan dus niet alleen kijken naar Tije en naar nu, maar moet ook denken aan Mara en de mogelijke scenario’s voor het komende schooljaar. Heeft mijn gevoel eigenlijk al een keuze gemaakt, maar springt mijn verstand nog alle kanten op.


Eva (36) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al  op IMG-20170708-WA0019jonge leeftijd vertoont haar zoon kenmerken van ASS. Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. Terwijl haar gezin op de wachtlijst staat voor gespecialiseerde hulp, is er begeleiding vanuit de gemeente beschikbaar. Thuis worden er kleine stappen gezet maar op school wordt de situatie steeds slechter. Na een escalatie tussen haar zoon en zijn leerkracht, is er voor hem geen plek meer op school.

Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat.  In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.