Valse start

Met de start van het nieuwe schooljaar begint voor ons ook het begeleidingstraject. Na de aanmelding wachten we ruim drie maanden op het intakegesprek, om vervolgens opnieuw op een wachtlijst te verdwijnen. Eenmaal ‘binnen’ duurt het nog vijf maanden voordat de begeleiding echt wordt opgestart. 

Acht lange maanden, waarin ons leven op zijn kop staat. Waarin het escaleert op school, Tije ineens thuis zit. Waarin hij vervolgens (op hoop van zegen) mag starten op een nieuwe reguliere basisschool, waar het uiteindelijk ook niet lukt. Waarin woede, moedeloosheid en verdriet elkaar opvolgen en afwisselen. Waarin wij proestend en spartelend proberen om ons hoofd boven water te houden. 

Maandenlang wachten op de start van de gespecialiseerde begeleiding terwijl de situatie steeds schrijnender wordt. Maanden waarin wij gelukkig op een betrokken Gesper kunnen bouwen, die meedenkt en helpt.

En na maanden watertrappelen komt ineens alles tegelijk: terwijl Tije zijn plek zoekt op het Speciaal Basisonderwijs, start de gespecialiseerde begeleiding thuis en staat een oudercursus op de agenda. Zelfs de meest moedeloze moet toch hoop voelen als interventie van alle kanten komt. We geloven niet in wonderen, maar verwachten wel dat we in de komende weken (maanden) verandering gaan zien.

De thuisbegeleiding start met een kennismaking met de autismedeskundige. We bespreken de doelen die zijn opgesteld. Het uitgangspunt voor deze doelen, en dus het begeleidingstraject, is het behandelplan dat naar aanleiding van de intake is geschreven. De intake… ruim vijf maanden geleden! Het voelt als een stap terug in de tijd. Het traject wordt vervolgens uiteengezet in verschillende fases. Op mij komt het over als een statisch geheel, waarbij we eerst een basis moeten creëren: het verbeteren van de randvoorwaarden. 

Is dat niet precies waar we het afgelopen schooljaar thuis zo hard aan hebben gewerkt? Maar als ik dit onder woorden breng, wordt dat vrijwel direct van tafel geveegd. Alsof de begeleiding van de Gesper al deze maanden niets meer is dan een soort crisisinterventie, enkel gericht op heel specifieke situaties.

Na afloop van deze kennismaking voel ik onvrede. In de dagen erna neemt frustratie het over. Ik vraag mij af in hoeverre het zinvol is om doelen te bepalen vanuit een verouderd behandelplan. Is er sprake van maatwerk als een traject dusdanig statisch is opgezet, hierin onvoldoende aandacht is voor de begeleiding die al bij het gezin betrokken is, wat er al is gedaan en of er sprake is van enige overlap!? Of komt deze frustratie doordat ik mij ongehoord voel? Omdat we wederom met een vergrootglas naar de thuissituatie gaan kijken, waar juist alles eromheen de onrust lijkt te veroorzaken. Misschien is het vooral dat ik na maandenlang in de ‘wachtstand’ zo graag volle kracht vooruit wil gaan. Maar ik snap ook dat deze ‘nieuwe’ deskundige de tijd en de ruimte moet krijgen om zich in te werken, om uiteindelijk het traject beter te kunnen afstemmen aan onze behoeftes en verwachtingen.

Na de kennismaking met de autismedeskundige volgt vrij snel de eerste bijeenkomst van de oudercursus. Ik hoor en lees alleen maar positieve en enthousiaste verhalen over deze cursus: dat het de deelnemers zoveel inzicht geeft en zoveel oplevert. Het maakt dat ik verwachtingsvol de cursusruimte binnenstap, open en leergierig. En stiekem ook wel opgelucht dat ik dit niet alleen hoef te doen: Bas is ook mee!

De ochtend is duidelijk bedoeld als kennismaking, met elkaar en met ASS. Er is behoorlijk wat diversiteit in de groep en toch is er een klik. Het maakt dat er vrij snel open wordt gesproken, de sfeer is ontspannen. Het tempo in de groep ligt redelijk hoog. 

We bekijken videobeelden en ik besef dat ik aan de hand van deze beelden vooral het ASS van Tije probeer te typeren, in te schalen misschien. Wat herken ik in hem, en wat (gelukkig!) helemaal niet. In de middag volgt een meer theoretisch deel, zo hoor ik, en daar kijk ik naar uit. Ik leer graag meer over het ‘waarom’ achter de gedragingen die ik niet alleen op beeld, maar ook thuis regelmatig zie.

Maar naarmate het middagprogramma vordert groeit bij mij de onrust. Het heeft voor Bas veel voeten in aarde om hierbij te kunnen zijn. Niet dat hij er ook maar één moment over heeft getwijfeld of hij het zou doen, maar toch. En ik hoor deze uren weinig nieuws. En daarover voel ik me schuldig. Want Bas is hier, doet dit, en dan MOET het ook iets opleveren! Er worden een aantal termen gebruikt die wij zelf niet eerder zo benoemen maar we ‘leren’ eigenlijk niets. Waar ik me eerder schuldig voel omdat ik me niet meer heb ingelezen, ben ik nu vooral blij. Ik geloof in de kracht van herhaling, maar teveel herhaling leidt bij mij al snel tot verveling. Ook Bas hoort weinig nieuws. Een ander stel zegt letterlijk dat de enige reden dat ze hier zitten is dat het een verplicht onderdeel is van het begeleidingstraject. Tot zover dan het  ‘maatwerk’’?!

Na de eerste groepsbijeenkomst besef ik dat we het afgelopen jaar onder begeleiding van onze Gesper veel gegroeid zijn. Dat kleine veranderingen onopgemerkt ons dagelijks leven zijn ingeslopen. Dat we stiekem al best veel bereikt hebben. Er is heus nog winst te behalen. Ik ben echt niet zo naief dat ik wil beweren dat we alles al goed doen, maar toch… we zijn nu al zo lang bezig, en ik wil nu echt vooral spijkers met koppen slaan: doorpakken!

Bas benoemt dat we dit moeten beschouwen als een manier om de ‘puntjes op de i te zetten’. Misschien is dat de juiste insteek. Er gaat veel goed, we hebben veel inzicht in het gedrag van Tije en hoe we hiermee om kunnen gaan. Maar welke signalen missen we nog, en hoe kunnen we bepaalde patronen doorbreken. En zo geef ik mijzelf nu het advies waarmee ik Tije zijn eerste schooldag heb helpen afsluiten: geef het even rustig de tijd!


Eva (37) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al op IMG-20170708-WA0019jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. In het afgelopen schooljaar blijkt het regulier onderwijs onvoldoende passend. Tije is na de zomervakantie gestart op het Speciaal Basis Onderwijs. Na een maandenlange wachtlijst start ook het traject van gespecialiseerde gezinsbegeleiding.

Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat.  In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.


 

Een harde leerschool

Het telefoongesprek met de leerkracht, naar aanleiding van de eerste schooldag, is voor school en mijzelf reden om diezelfde week nog een overlegmoment te plannen. De tegenwind onderweg naar school is representatief voor de houding van Tije. Hij weigert ook hier! Het verdriet hierover en de angst dat het ook hier niet gaat lukken maken het er niet beter op. Wind mee zou toch ook wel eens fijn zijn… en inderdaad, dat bedoel ik vooral figuurlijk!

Ik maak kennis met de nieuwe leerkracht van Tije, de Intern Begeleider sluit aan. De leerkracht benoemt dat Tije het “nog moeilijk vindt” om aan het werk te gaan. Dat hij niet wil werken maar dat hier op school nu eenmaal dingen moeten. Dat de werkjes die gepland staan nu eenmaal moeten gebeuren. De leerkracht stelt duidelijk dat Tije als hij zijn werk niet onder schooltijd doet, hij het dan na schooltijd maar moet maken. Ik zie de bui al hangen! Dat hebben we eerder geprobeerd. Ik maak duidelijke afspraken met Tije, maar steevast zoekt hij de discussie op. De energie die het mij kost om hem tot werken aan te zetten, zie ik vervolgens niet terug in het resultaat. Frustratie bij Tije, frustratie bij mij, met een negatieve sfeer in huis tot gevolg. Wat zie ik daar tegenop. Maar de leerkracht vervolgt: “Ik heb hem gezegd: dan moet het direct na schooltijd. Dan bel ik je moeder dat ze je iets later moet komen halen!”.

Het klinkt misschien hard, maar hiermee is voor Tije direct duidelijk wat er van hem wordt verwacht. Ze stellen een duidelijk kader. Ik voel opluchting! Niet alleen omdat daarmee de strijd (voorlopig) buitenshuis wordt gevoerd, maar ook omdat het aansluit bij het gevoel dat al zolang knaagt.

De maanden voor de zomervakantie is de insteek steeds om Tije het plezier in het naar school gaan terug te laten vinden. De druk zo laag mogelijk, de verwachtingen minimaal. Voor de laatste school de juiste en waarschijnlijk enige keuze. Eentje waar ik mij op dat moment prima in kan vinden. 

Maar steeds is daar de zorg, de keerzijde van het pamperen: dat voor Tije de functie van school onvoldoende duidelijk is. Als alles in het teken staat van plezier gaan beleven, van zo min mogelijk druk, hoe gaat hij die koppeling dan ooit maken? Tije is een ontzettend leergierig kind en toch is er op school geen sprake van plezier in het leren. Hij komt niet eens tot leren! Is ervaren wat school hem te bieden heeft niet de voorwaarde om tot plezier op school te komen?!

Ik kan me daarom wel vinden in de strakke lijn die hier op school geschetst wordt. Hoop dat Tije nu gaat beseffen dat hij niet overal de dienst kan uitmaken. Dat op school de leerkrachten bepalen wat er gebeurt. Ik hoop dat Tije gaat beseffen dat er dingen zijn die ‘moeten’. Dat hij op school nu eenmaal moet werken. Dat iets moeilijk vinden niet betekent dat je het niet hoeft te doen, niet hoeft te proberen. Zoeken naar omwegen om Tije te motiveren hebben we nu lang genoeg geprobeerd. Helaas heeft dat niet gewerkt. Hoe hard het ook klinkt, dit lijkt nu de juiste insteek.

Behalve het harde kader zie ik twee mensen met een open houding die veel betrokkenheid tonen. Ik beschrijf de afgelopen twee jaren en de negatieve lading die aan alles wat met school te maken heeft hangt. Het verbaast me hoe nieuw onze voorgeschiedenis voor hen blijkt te zijn. Dit staat toch allemaal uitgebreid beschreven in de aanvraag voor de TLV. Waarom is deze essentiële informatie niet terecht gekomen bij de leerkracht? 

Ik ben bijna blij dat Tije direct zijn nukken heeft laten zien. Dat is de reden dat we zo snel om de tafel zijn gaan zitten. Het voorkomt weken van (opnieuw) aanmodderen. We bespreken de lijn voor de eerste schoolweken. Ik benoem de momenten waarvan wij inmiddels weten dat ze lastig zijn voor Tije. De leerkracht luistert en denkt mee. Ze geeft aan morgen hierover met Tije in gesprek te gaan, om zo samen een oplossing te bedenken. Ze wil dat Tije ontdekt dat er weliswaar veel ‘moet’ op school, maar dat er ook veel dingen bespreekbaar zijn en aangepast kunnen worden.

De eerste schoolweek sluiten we uiteindelijk positief af. Tije werkt de laatste twee dagen met de klas mee. Al is het spannend en zwaar voor hem, hij probeert het. En het lukt! Ik hoop dat hij met de succeservaring van de laatste twee dagen toch enigszins positief aan de tweede week begint.

Met een voorzichtig vertrouwen kijken we naar de toekomst. Net als vorig jaar… en wat een deceptie was het toen. De frustratie en pijn daarover moeten slijten, bij mij, maar ook bij Tije. Hoeveel tijd gaat dat kosten, en is er voor Tije genoeg tijd om te schakelen. De Gesper benoemt dat het fijn is dat we opnieuw met vertrouwen naar de toekomst kijken. Ik vraag me af hoe oprecht mijn vertrouwen is.


Eva (37) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al op IMG-20170708-WA0019jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. In het afgelopen schooljaar blijkt het regulier onderwijs onvoldoende passend. Tije is na de zomervakantie gestart op het Speciaal Basis Onderwijs. Na een maandenlange wachtlijst start ook het traject van gespecialiseerde gezinsbegeleiding.

Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat.  In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.


 

Nieuwe ronde (laatste kans?)

Aan de vooravond van het nieuwe schooljaar is van het ontspannen vakantiegevoel nog maar weinig terug te vinden. Twee kinderen die allebei starten op een andere nieuwe school brengt toch aardig wat onrust met zicht mee. Hoewel wij hier volgens mij voor de kinderen voldoende aandacht aan hebben besteed, betwijfel ik of ik praktisch en mentaal al klaar ben voor de start van dit nieuwe schooljaar.

Mara heeft duidelijk zin om weer naar school te gaan, maar vindt het heel spannend: een nieuwe school met veel onbekende gezichten. Dat haar grote broer niet naar dezelfde school gaat zorgt onverwacht voor tranen. Tije heeft er overduidelijk geen zin in. Nadat hij zijn nieuwe schoolgebouw en schoolplein ziet is er een voorzichtig enthousiasme, maar nu het daadwerkelijk op het naar school gaan aankomt, is die direct weer verdwenen.

Mijn gevoel dat Tije op het SBO beter op zijn plek zal zijn, wordt steeds meer weggedrukt door de houding van Tije. Het hele concept ‘school’ lijkt voor hem te hebben afgedaan. Hij lijkt er zelf niet in te geloven dat het hem ergens gaat lukken. En terwijl ik naar hem toe alleen maar vertrouwen uitspreek, besef ik maar al te goed dat er voordat er enige slagingskans kan zijn, een hoop in zijn koppie moet gaan veranderen. Naar school gaan lijkt direct gekoppeld aan de weerstand. En ik vraag mij steeds meer af hoe dit kan worden doorbroken, of eigenlijk, of dit kan worden doorbroken!?

Voor mij voelt het als een laatste kans, bijna een eindstation. Ik ervaar een enorme druk: wat als Tije het ook hier niet redt? Een laatste kans om plezier in het naar school gaan terug te vinden, om tot leren te komen… maar stel dat dat hier niet lukt? Wat blijft er dan nog over? Wat blijft er dan nog van hem over? Wat doet het met mijn mannetje als hij uiteindelijk ook hier moet vertrekken. Ik doe Tije en zijn nieuwe school tekort met dit doemdenken, het wordt meer ingegeven door mijn eigen trauma dan door oprechte twijfels. Maar dat ik dit besef maakt mijn angst niet minder groot. Voor mijn gevoel is het nu of nooit.

En dan is het zondagavond, zijn de wekkers gezet en liggen de kinderen (wonder boven wonder) op tijd in bed. De kleding voor de eerste schooldag ligt klaar, met meer zorg uitgezocht dan normaal gesproken. De kast van Tije aangevuld met nieuwe kleding, met op zijn verzoek de nieuwe broeken in tweevoud: ‘Dan zien de kinderen het niet als ik een ongelukje heb gehad mam!’.  Een prima plan, waar wij graag aan meewerken. Een EHBO-tas (Eerste Hulp Bij Ongelukjes) voorzien van de ‘dubbele broek’ en wat Tije verder nodig heeft om zichzelf ‘ongemerkt’ op te kunnen frissen. De rugzakken gewassen, nieuwe gymspullen in nieuwe tassen. Aan het oppervlakkige aspect zijn we ruim tegemoet gekomen. We zetten alles in wat ook maar een beetje kan bijdragen aan de succeservaring!

We brengen Tije de eerste periode zelf naar school. De afgelopen weken heb ik schoorvoetend toe moeten geven dat dat op de lange termijn niet haalbaar is. De praktische bezwaren hebben mijn weerstand tegen ‘het busje’ langzaam overwonnen. De termijn voor de aanvraag van het leerlingenvervoer is ongeveer 8 weken. Het zal wat voeten in aarde hebben om dit al die tijd zelf op te vangen, daar zie ik zeker tegenop. Maar tegelijkertijd vind ik het prettig dat hij deze eerste weken  veilig en vertrouwd door Bas naar school wordt gebracht, en vooral, dat ik hem zelf op haal en zelf kan zien hoe hij uit school komt.

En zo vertrekt Bas op maandagochtend met Tije in de auto richting zijn school, en breng ik samen met Hanne een timide Mara naar haar nieuwe school. En hoewel beide kinderen zich prima kunnen vinden in deze verdeling, had ik mezelf graag voor dit moment even willen klonen.

Aan het eind van de eerste schooldag zit Tije in de tuin met een overduidelijk punthoofd tegen de poort. School is stom, niet leuk, hij gaat nooit meer terug! Ik herken gelukkig inmiddels het principe en zeg dat we er na een half uurtje op de iPad over kunnen praten. Dat geeft hem direct rust. Maar bij mij borrelt de onrust. Ik word hier zo moedeloos van, hoe kunnen we dit doorbreken?! Waar stopt het autisme en beginnen andere aspecten als faalangst of gedrag het geheel te bepalen.

Niet veel later klinkt mijn telefoon. Het is de juf van Tije. Ze vraagt hoe hij uit school is gekomen. Tije heeft namelijk op school niet willen werken. De juf heeft niets afgedwongen, maar geeft aan dat er niet zoveel van hem gevraagd is. “Een paar woordjes schrijven, maar dat wil hij niet doen!” Ik benoem zijn trauma, de weerstand tegen het willen werken. Juf hoort het aan, ze lijkt verbaasd. Ik weet zeker dat ik dit benoemd heb, dat dit duidelijk in zijn dossier terug te vinden moet zijn. Het lijkt mij toch belangrijk dat een leerkracht zich inleest, zeker in deze setting. Tegelijkertijd besef ik dat dit ook een bewuste keuze kan zijn, dat ze het kind wil leren kennen in de klas en niet uit een dossier.

’s Avonds wil Tije graag opnieuw even praten. Als Mara in bed ligt gaan Bas en ik er echt even voor zitten. Gelukkig komen we tijdens het gesprek tot de conclusie dat het vooral nieuw was, spannend, wennen omdat hij niet weet hoe het hier allemaal gaat. Weerstand uit onduidelijkheid en onzekerheid dus. We benoemen de positieve aspecten van zijn dag en plaatsen de rest in perspectief. Nu we het zo bespreken blijkt zijn dag een stuk positiever te zijn verlopen dan ik dacht.  Zo’n eerste schooldag is altijd wennen, staat bol van prikkels. En dan is het vandaag ook nog eens de eerste schooldag op een nieuwe school. Nieuwe kinderen, nieuwe juffen… alles nieuw! Ik snap hem nu. En we besluiten samen dat we het rustig de tijd geven!


Eva (37) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al op
jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. Hoewel a
larmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. In het afgelopen schooljaar blijkt het regulier onderwijs onvoldoende passend. Na de zomervakantie zal de overstap naar het Speciaal Basisonderwijs worden gemaakt. Ondertussen staat het gezin op de lange wachtlijst voor gespecialiseerde begeleiding.IMG-20170708-WA0019


 

Even gASS terug

Op internet bekijken we foto’s van een prachtige safaritent aan een natuurspeeltuintje. Zand, water, een touwbrug… en dat allemaal direct voor de tent. De tent zelf heeft twee stapelbedden (geen ‘ik-wil-boven-jij-moet-onder-discussies!), een tweepersoonsbed voor ons, en het eigen sanitair dat voor ons op dit moment echt een ‘must’ is. En het is dichtbij, te dichtbij misschien? Dus zoeken we verder. We vinden ‘minder leuk’, ‘minder praktisch’ en bovendien duurder. Als snel zijn we terug bij onze eerste vondst en we besluiten te boeken.

Mara en Tije horen al weken over de vakantieplannen van anderen en spreken al minstens zoveel weken de hoop uit dat ook wij dit jaar op vakantie gaan. Nu de bevestiging van de camping binnen is roepen Bas en ik ze bij de computer. Ze zijn allebei enthousiast. Mara bekijkt de foto’s vluchtig en stuift vervolgens weer naar buiten om verder te spelen. Tije kruipt op de stoel bij de computer en stort zich op de foto’s en plattegrond. Het verschil tussen deze twee opnieuw duidelijk. 

Op de camping staan vijf van deze tenten. Drie aan het water, twee iets verder ervan af. Tije is erg enthousiast en zegt dat hij hoopt dat onze tent aan het water staat. Het lijkt een onschuldige opmerking, maar achter deze woorden hoor ik zijn onrust. Bij het boeken biedt de camping de mogelijkheid om voor een meerprijs een specifieke plek te kiezen. Wij hebben dit niet gedaan omdat het voor ons niet uitmaakt. Maar nu besef ik dat we hierbij voorbij zijn gegaan een het hoofd van Tije. Dat het voor hem waarschijnlijk ook niet uitmaakt in welke tent we zitten, maar dat het ‘niet weten’ weleens kan leiden tot weken van onrust en speculatie. Ik besluit contact op te nemen met de camping. 

Ik vertel dat mijn zoon Autisme heeft en dat het hem rust geeft om te weten op welke plek wij straks vakantie gaan vieren. Ik benadruk dat wij geen voorkeur hebben, maar dat prettig zou zijn als we hem kunnen vertellen welke tent straks ‘van ons’ is. En dus vraag ik of er al een specifieke tent aan onze boeking gekoppeld is, zodat ik dit kleine stukje onrust bij hem kan wegnemen. De dame aan de telefoon gaat overleggen. Eenmaal terug aan de lijn beschrijft ze de positie van de tent en zegt dat ze die in deze situatie alvast mag vastzetten. Ze vraagt direct of we misschien liever een rustiger plekje hebben. De toegewezen tent staat aan het water, midden in de bedrijvigheid. Misschien is dat voor hem te onrustig? Ik bedank de dame en zeg dat deze tent prima is. Ik benoem nogmaals dat het Tije zoveel rust geeft om op de plattengrond te kijken en te weten waar we straks zullen zitten. Ze zegt het te begrijpen, en ik hoor aan haar stem dat ze dit ook echt doet, wat bijzonder! En wat fijn dat er zo wordt meegedacht. Bas en ik staan hierdoor nog meer achter onze keuze.

Tije benoemt uit zichzelf dat hij zo blij is dat we niet heel lang in de auto hoeven zitten. “Nu hoef ik maar een half uur niets te doen, dat vind ik al moeilijk genoeg”. Hiermee is ook de vraag of we niet wat verder weg van huis moeten beantwoord. Het is goed zo! Een aantal weken later staat we dan ook binnen 30 minuten bij de receptie van de camping. Het inpakken heeft langer geduurd dan de reis. Helaas hebben we de ‘zijn we er al?’ niet kunnen voorkomen.

Bij het inchecken treffen we overduidelijk dezelfde behulpzame dame die ik eerder aan de telefoon heb gehad. “Jij weet al welk nummer jullie hebben toch? “ vraagt ze aan Tije, om hem vervolgens een plattegrond te geven zodat hij kan aanwijzen waar de tent staat. Glimmend van trots wijst hij ons de juiste plek. De dame wijst hem aan waar de auto geparkeerd kan worden en dan rijden we het terrein op.

De tent is prachtig en biedt alles wat we nodig hebben. De camping is klein en overzichtelijk. Zowel figuurlijk voor Tije, als (vanaf ons plekje) letterlijk voor ons. Hierdoor kunnen wij de oudste twee een grote mate van vrijheid bieden. Elke ochtend vertrekken Tije en Mara samen naar de receptie. Tije haalt versgebakken broodjes en Mara komt na een uurtje in de knutselclub zelf weer naar de tent.  Naar hartenlust steppen ze rondom de waterplas, bouwen dammen en vangen kikkers. 

Het animatieprogramma is aan Tije niet besteed, al maakt hij voor het pizzabakken een uitzondering. Als er in de middag een luchtbeddenrace op het programma staat, waar Mara direct voor te porren is, blijft Tije liever kikkers vangen(31 mam!). Vanuit onze tent bekijken wij zowel de kikkerjacht, als de luchtbeddenrace. Tije bekijkt vanaf de zijlijn de hectiek, de kikkers inmiddels vergeten. Voorzichtig sluit hij aan bij het handjevol kinderen dat deelneemt, om zich vervolgens met toenemend enthousiasme in het spel te storten. Ik ben trots dat hij zijn weerstand zo weet te overwinnen, maar toch blijft het spannend. Waar ligt zijn grens, slaat zijn fanatisme om? Barst dan straks toch de bom!?

Voor we reserveren vragen wij ons af waar we naar toe kunnen als we er een dag op uit willen. Je wilt dan immers niet direct bekend terrein betreden. Omdat er in de omgeving nog genoeg te ontdekken valt boeken we toch. Achteraf blijkt het juist een zegen dat alles wat we vanaf de camping kunnen ondernemen, met hetzelfde gemak vanaf thuis te bezoeken is. We voelen nu niet de verplichting uitjes te plannen omdat we er juist nu in de buurt zijn. Het levert een week rust en ruimte op, waarin we genieten van elkaar en van wat de camping ons te bieden heeft. Het is een week van niets moet en veel mag. De iPad ligt vergeten in een hoek van de tent.

Na een heerlijke week ritsen wij voor de laatste keer deze tent dicht. Met tassen vol vieze was en hoofd en hart vol mooie herinneringen. “Het was fijn. Hier wil ik volgend jaar weer naartoe!” Uitgerust en opgeladen gaan wij ons nu voorbereiden op het nieuwe schooljaar.


Eva (37) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al op
jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. 

IMG-20170708-WA0019

Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. In het afgelopen schooljaar blijkt het regulier onderwijs onvoldoende passend. Na de zomervakantie zal de overstap naar het Speciaal Basisonderwijs worden gemaakt. Ondertussen staat het gezin op de lange wachtlijst voor gespecialiseerde begeleiding.

Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat.  In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.


 

Breekpunt

Waar half Nederland vakantiefiles trotseert of op vliegvelden bivakkeert, bikkelen wij de eerste weken van de schoolvakantie door in en om het huis. Bas is nog aan het werk. We lopen allebei op ons tandvlees. We zijn op! Na een jaar vol onrust, schakelen en heftige emoties. Al weken wacht elke avond de man met de hamer, tikt mij zodra de kinderen op bed liggen steevast een stuk de grond in. Heb ik eindelijk mijn handen vrij, tijd voor mijzelf, kan ik niet anders meer dan laveloos op de bank hangen. Voor Bas geldt zo ongeveer hetzelfde. Misschien is het de zomervakantie, het wegvallen van al het moeten? Of simpelweg het resultaat van de slijtageslag die de afgelopen maanden zijn gebleken.

Ik heb enorm veel bewondering voor Bas. Hij werkt niet alleen hard, maar zodra hij thuis is, ís hij er ook echt. Vooral voor de kinderen. Misschien niet de ideale vader, maar er toch echt heel dichtbij. Al ben ik misschien niet erg objectief. Eén van de dingen die ik het meest in hem bewonder is hoe hij zich heeft opgeworpen als vaderfiguur voor Tije en Mara. Een relatie met een moeder van twee is niet niks. En als de oudste dan Autisme blijkt te hebben, en dit zich als een rode draad door alles in het dagelijks leven weeft… dat is nogal iets. Ik denk dat dit op veel relaties een stempel drukt, zo niet op alle… In ieder geval op de onze.

Na de komst van Hanne heb ik Bas er nooit op kunnen betrappen dat hij onderscheid maakt tussen de kinderen, biologisch of aangenomen. Ze zijn hem alle drie even lief. Hij geeft ze aandacht, maakt plezier met ze, en kan ze ook alle drie met regelmaat achter het behang plakken. Geen onderscheid! Bij Bas niet, maar bij mij wel. Ik vind het moeilijk als hij op de kinderen moet passen omdat ik een avondje weg ga, baal ervan als hij de zorg op zich moet nemen. Waar het in het geval van Hanne toch een soort van vanzelfsprekend is dat ik een beroep doe op Bas, voel ik me waar het Tije en Mara betreft, nogal eens bezwaard. En dit is helemaal iets van mij hoor, geen vezel in het lijf van Bas zal dit denken, laat staan zeggen!
Maar… ieder mens heeft zijn grens.

Ik schrijf weinig over de ‘poeperij’ van Tije waar we met regelmaat mee te stellen hebben. Het is immers een weinig smakelijk onderwerp. Helaas kunnen wij het thuis niet zo makkelijk vermijden: broekpoepen is een veelvoorkomend probleem. Volle broeken en dit zelf niet (willen?) opmerken draagt niet bij aan een positieve harmonie binnen ons gezin, of aan een schoon huis. We zoeken naar oorzaken, naar manieren om hiermee om te gaan en hopen op een oplossing. Vooralsnog kunnen we zelf niet echt een patroon ontdekken.

Na anderhalve poepvrije week, is het vanmorgen toch weer mis. Een volle onderbroek en opgedroogde korrels in de badkamer: heel vies! Aangezien de dames ook wakker zijn, en een peuter die erdoor banjert mij geen optie lijkt, geef ik Tije wat hij nodig heeft. Ik zeg hem dat hij het zelf op moet ruimen, iets wat hij doorgaans redelijk goed kan. Hij doet zo het voorwerk en ik kan het zodra het beter uitkomt zelf echt schoonmaken. Terwijl ik de dames aan het ontbijt zet, is ook Bas wakker geworden. Blijkbaar heeft Tije zijn taak niet erg netjes volbracht en staat Bas bijna met zijn blote voeten in de poep. En daarmee is zijn grens bereikt.

Eenmaal beneden boze woorden, en ik snap dat hij ervan baalt. Dat doe ik ook, maar ik heb helaas nog niet uitgevogeld hoe ik op twee plaatsen tegelijk kan zijn. En daardoor ben ik er nog niet aan toegekomen om de badkamer te controleren. Maar voor Bas is de maat nu (even) vol, en dat laat hij niet alleen mij, maar ook Tije weten.

De machteloosheid die ik voel is enorm. Ik weet dat Tije hier niet veel aan kan doen, weet ook dat ik er niets aan kan doen… maar ik ben er de oorzaak van dat Bas in deze positie zit. Hij hoeft niet, hij kan weg, heeft eigenlijk geen enkele verplichting. Hij heeft een keuze… ik niet! Ik zit vast omdat het nu eenmaal op elke mogelijke manier mijn kinderen zijn. Omdat ik weet dat ik altijd, ALTIJD, voor mijn kind zal kiezen. Welke consequentie dit ook voor mijzelf met zich meebrengt.

Bas vertrekt naar zijn werk, de emoties op zijn gezicht weerspiegelen de wanhopige storm die in mij raast. We slikken allebei woorden in. Spreken ze niet uit omdat we er anders later spijt van hebben. Ze blijven hangen in de lucht tussen ons in. Heftige woorden die de rest van de dag moeten blijven sudderen, een dag die nu beheerst wordt door schuldgevoel en onmacht. Dat ik Bas meesleep in mijn ‘shit’. Het besef dat ik Bas zoveel meer gun dan dit: viezigheid en stress. Omdat ik hem dit, uit liefde voor hem het liefst wil besparen. Het beseft dat de vermoeidheid en alle strijd zijn weerslag heeft op onze draagkracht, op onze relatie, op ons leven. De liefde die maakt dat ik hem wil beschermen, dezelfde liefde is die maakt dat ik dat niet kan, omdat ik niet zonder hem wil. De liefde die maakt dat wij hier ’s avonds samen over praten en het samen kunnen dragen.

Eva (37) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al op jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. In het afgelopen schooljaar blijkt het regulier onderwijs onvoldoende passend. Na de zomervakantie zal de overstap naar het Speciaal Basisonderwijs worden gemaakt. Ondertussen staat het gezin op de lange wachtlijst voor gespecialiseerde begeleiding.
Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat. In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.

Dubbel

En ineens is het einde van het schooljaar daar. Het schooljaar lijkt letterlijk door mijn vingers te zijn geglipt. Ik kijk terug op een periode van onrust, gemiste kansen, machteloosheid en verdriet…  het zijn de woorden waarmee ik een jaar geleden mijn blog begin. Dit jaar is anders, en toch ook hetzelfde. Een schooljaar dat op momenten tergend langzaam voorbij kruipt, maar dat tegelijkertijd zo snel voorbij is. Langzaam omdat ik de strijd van mijn zoon zie, elke dag weer. Wat ik ook doe, ik blijk hem niet te kunnen helpen. Maar ook veel te snel omdat de tijd die Tije op zijn nieuwe school krijgt te kort is. Voor hij echt heeft kunnen wennen moet hij alweer afscheid nemen. Met alles wat er het afgelopen jaar gebeurd is, is er weinig veranderd. Sta ik, staan wij, voor mijn gevoel nauwelijks verder dan een jaar geleden.

Ik weet dat ik voor Tije dit jaar heb gedaan wat ik kan: ik help op school, heb gesprek na gesprek en vang Tije op hoe en zo vaak als het nodig is. Het gevoel van machteloosheid blijft, maar ik heb dit jaar geen (nou vooruit, minder!) steken laten vallen. Ik heb mij uitgesproken, ingelezen, georiënteerd. Ik ben opgekomen voor mijn zoon. Ik heb mijn keuzes zoveel mogelijk laten bepalen door wat hij nodig lijkt te hebben.

Waar ik hoop op een schooljaar van antwoorden, volgt een jaar van vragen. Thuis is er meer rust, maar het opvangen van overprikkeling op school blijkt een terugkerend thema. Het grote vraagstuk is of het regulier onderwijs wel passend is voor Tije. En hoewel ik daar mijn eigen antwoord op heb, blijkt dat er niet direct toe te doen. Als het escaleert tussen Tije en zijn leerkracht, en hij thuis komt te zitten, moeten we een tussenoplossing vinden. De keuze voor een andere reguliere school, die hem wellicht beter past, moet uiteindelijk het antwoord op de vraag gaan geven.

Ik ben ervan overtuigd dat we een goede keuze hebben gemaakt. Als Tije het met deze leerkrachten niet heeft kunnen redden, lukt het hem op geen enkele reguliere school. Goed onderwijs staat of valt met een goede leerkracht. Gezien worden op school vraagt een bijzondere leerkracht. Tije is hier absoluut gezien! Hij zit net een paar weken in zijn nieuwe klas als ik merk dat zijn leerkrachten hem kunnen lezen. Ze kunnen helaas niet voorkomen dat het mis gaat, weten misschien niet altijd wat hij nodig heeft, maar wel zien dat hij iets nodig heeft. Maar helaas is dat niet genoeg.

En zo moet ik vlak voor de zomervakantie nog één horde nemen: Tije vertellen dat hij na de zomervakantie (opnieuw) naar een andere school gaat. Ook dat moment komt te snel, sneller dan ik gepland heb. Ik stel het uit, probeer het te rekken tot het allerlaatste moment. Als juf belt dat de klassenlijsten voor het nieuwe schooljaar worden meegegeven, kan ik het niet meer uitstellen. Tije reageert met de boosheid die ik verwacht: “Ik ga niet naar die stomme school, ik blijf gewoon op deze school.” Verdriet en teleurstelling. Weerstand tegen de verandering. Angst voor het nieuwe, onbekende. Ik laat hem rustig wennen aan het idee, geef hem tijd om zijn verdriet een plek te geven.

En dan sluiten ook wij de laatste week van het schooljaar af. Neemt Mara afscheid van haar kleuterjaren en van de voor haar nog veilige school. De school waar haar broer en wijzelf die veiligheid inmiddels missen, waardoor ik na vier-en-een-half jaar zonder omkijken de deur uit loop. Hoe anders is het als ik met Tije mee ga om afscheid te nemen van zijn leraar. Tije is ziek, en mist daardoor de laatste dagen met deze leerkracht maar zowel Tije als ik willen graag afscheid nemen. “Wat fijn om jou nog even te zien kerel!” zegt de leraar. De oprechtheid achter deze opmerking straalt uit zijn houding en ogen. Wat een mooi mens! In die kleine woorden de passie voor zijn vak, de zorg voor het kind: mijn kind, prachtig!

De allerlaatste schooldag kan Tije gelukkig wel meemaken. Ik schud de hand van de juf bij de deur: de andere juf staat binnen. Ik had vooral ook haar graag even bedankt, maar dat lukt me alleen als ik mijzelf de komende uren nog weet te klonen. Het is onzin om haar voor de groep weg te halen: volgend schooljaar zit Mara bij haar in de klas. Ik druk Tije de kaart die ik heb gemaakt in de hand en vertrek, hopend dat mijn dankbaarheid overkomt.

Ik koester de afgelopen weken die Tije met deze twee leerkrachten heeft doorgebracht. Bij wie liefde voor hun vak en voor hun leerlingen de protocollen overstijgen. De leerkrachten die vanaf de eerste dag het mannetje lijken te zien dat achter de boosheid en frustratie schuil gaat. Ik lach hardop als ik lees wat zij in zijn rapport schrijven: “Wat jij allemaal kan hebben wij nog niet gezien”. Ze zien de potentie achter het pantser. Alleen een groot mens ziet het moois in kleine dingen!

En daarmee sluit ik dit onstuimige jaar, en deze blog, af: met een klein sprankeltje hoop. En val ik wederom in herhaling. Want ook dat lees ik terug in mijn blog van een jaar geleden. Mijn hoop op verbetering: een leerkracht met expertise over ASS, die structuur en duidelijkheid biedt. Ik lees hoe ik mij daar aan vast klamp. En na alle desillusie en deceptie hoop ik nu dat het speciaal onderwijs Tije beter past, hij daar beter op zijn plek zal zijn. En hoop ik ook dat Mara snel haar draai gaat vinden op haar nieuwe school. Bijzonder eigenlijk, hoeveel ik mij vastklamp aan een klein beetje hoop, als dat het enige is wat ik kan doen.  


Eva (37) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al IMG-20170708-WA0019op jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. In het afgelopen schooljaar blijkt het regulier onderwijs onvoldoende passend. Na de zomervakantie zal de overstap naar het Speciaal Basisonderwijs worden gemaakt. Ondertussen staat het gezin op de lange wachtlijst voor gespecialiseerde begeleiding.

Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat.  In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.


 

Eva 1 jaar!

Vandaag vieren we een feestje bij ParASSchute samen met Eva!

Eva deelt vandaag al 1 jaar haar verhaal ‘onder moeders ParASSchute’ op deze site, middels een goed gelezen blog. Het verhaal van Tije en alle opstakels waar ze samen als gezin tegenaan lopen. Inmiddels al 26 blogs die om de week op de site gepubliceerd worden en door vele mensen gelezen zijn.

De herkenning, het verdriet en het vertrouwen wat Eva krijgt van lezers en mede ouders doet haar goed. Mede daarom (en omdat we graag volgen hoe de ontwikkeling van Tije verdergaat) hebben we besloten dat Eva nog een jaar blijft schrijven. Schrijven over de ontwikkeling van Tije en hun als gezin. Voor herkenning, begrip en vertrouwen. Maar ook als uitlaatklep voor Eva zelf.

Dank Eva voor je openheid en eerlijke blog!
cl1

Feestje!

Inmiddels herinnert social media me aan het feit dat ParASSchute 1 jaar bestaat! Jeetje wat gaat de tijd toch snel. Een jaar ParASSchute. Het eerste jaar als ZZP-er. Wat een jaar. Allemaal leuke opdrachten, geven van trainingen, achter de schermen hard werken aan nieuwe plannen en een jaar vol persoonlijke ontwikkeling.

ParASSchute gaat dit jaar gewoon door en jullie zullen nog veel van me horen! Hard werken aan nieuwe plannen is vooral leuk als je de plannen ook kan delen! Dat gaat komen dit tweede jaar van ParASSchute!

Voor nu deel ik graag (nogmaals) de kijk op Autisme volgens ParASSchute.

camera autisme ZWART WIT

Wereld Autisme Dag

2 April is ‘Wereld autisme dag’. Inmiddels is het al uitgegroeid naar autisme week. Hoe goed het ook is dat deze dag er is…hoe mooi zou het zijn als deze dag niet meer nodig zou zijn???

Als mensen met autisme niet meer in een hokje geplaatst worden maar dat iedereen weet én accepteert dat iemand met autisme een anders systeem van informatie verwerken heeft???

Als we geleerd hebben te luisteren naar elkaar, te verwonderen en te accepteren???!!!

Voor nu dan toch een prachtig nummer over de sterke kanten van autisme. Gezongen door Paul de Leeuw, geschreven door Martin van der Meer op een lied van Adele.

Groeten van Team ParASSchute

Kind van de rekening

Een vrolijke meid die met een open blik de wereld trotseert. Enthousiast, hulpvaardig en een graag gezien speelkameraadje, zowel tijdens als na schooltijd. Met haar lange blonde haar, felle blik en vlotte babbel lijkt ze zo weerbaar: mijn Mara.

Ik noem haar weleens mijn elastiekje, zo makkelijk lijkt ze zich te schikken als dingen niet gaan zoals ze in eerste instantie zelf zou willen. Hoe anders is dat bij Tije, die er steevast een drama van maakt, zelfs als er vooraf duidelijke afspraken zijn gemaakt. Natuurlijk is Mara teleurgesteld als ze een middag niet kan spelen, maar ze stapt er vervolgens net zo makkelijk overheen. En hoewel ik die flexibiliteit bewonder, vraag ik mij de laatste tijd regelmatig af of er daaronder niet stiekem een ander laagje zit.
Als het speelafspraken betreft maak ik mij geen zorgen. Mara lijkt er simpelweg op te vertrouwen dat het de volgende keer wel door kan gaan. Maar met ditzelfde gemak lijkt ze zichzelf weg te cijferen binnen het gezin. Ze voegt zich tussen een broer die met zijn gedrag veel aandacht opeist en zorg vraagt, en een veeleisende dreumes. Een pittige Tije, pittige Hanne… waar blijft Mara in dat geheel!?

Voor Bas en voor mij is Mara net zo belangrijk als de andere twee. Maar waar de één Tije in banen probeert te leiden, staat de ander met Hanne op de arm. Heeft Mara zich net iets vaker te schikken, omdat ze het zelfstandig kan, en hierin flexibel is. Eigenlijk vragen we van haar dus een hogere mate van zelfstandigheid, meer dan we van Tije verwachten. Neemt hier het praktische aspect vaak de overhand. Te vaak misschien wel!?
Als Mara voor troost of een moment van aandacht mijn schoot opzoekt, moet ze deze vrijwel altijd delen met Hanne. Daarnaast ben ik tot het pijnlijke besef gekomen dat ik als Mara een grens over gaat, nogal eens overtrokken reageer. Mijn reactie niet passend voor de overtreding. Heftiger dan nodig omdat mijn tolerantie voor die dag al ruimschoots door Tije is opgebruikt.

Voor Tije is Mara troost en boksbal in één. Roept hij steevast dat hij haar stom vindt, dat hij Hanne leuker vindt. Maar oh, wat heeft hij haar hard nodig. Zij is zijn zekerheid, zijn vastigheid in de onrust die het hebben van gescheiden ouders met zich meebrengt. Waar de dagen afwijken van de vaste structuur is Mara zijn anker. Zij maakt door wat hij doormaakt, al beleven zij het beiden steeds anders. Anders omdat de manier hoe zij de wereld zien zo anders is, en steeds meer uiteen lijkt te lopen.
Als Tije haar nodig heeft dan geeft hij haar geen ruimte, geen lucht, claimt haar. Dan kan hij geen moment zonder Mara, om later als een blad aan een boom weer om te slaan. Om haar het volgende moment, uit overprikkeling, of omdat ze niet doet wat hij vindt dat ze moet doen, verbaal en (helaas steeds vaker) fysiek te pakken. En zo vangt ze letterlijk en figuurlijk de klappen op.
Mara toont zich keer op keer extreem tolerant. Vergeeft hem zijn uitspattingen en past haar spel aan zijn behoeftes aan. Waar ze de afgelopen tijd duidelijk meer autonomie toont in haar spel, lijkt ze deze overboord te gooien zodra ze aanvoelt dat Tije hier niet mee om kan gaan. Ik bewonder haar vergevingsgezindheid. Dat ze zich steeds opnieuw aanpast. Maar is ze hiermee niet iets teveel een speelbal voor Tije?!

De laatste tijd is Mara naar ons toe veel brutaler: grote mond, jokken (liegen klinkt immers ook zo zwaar) en stiekem. Ze kan wat afwezig zijn, dromerig en vergeetachtig. En de laatste tijd reageert ze sterk verongelijkt als iemand iets naars tegen haar zegt, of haar op haar gedrag aanspreekt. Ze is vaker verdrietig en lijkt minder goed in haar vel te zitten dan voorheen.
Haar gedrag is waarschijnlijk (deels) leeftijdsadequaat, zo roepen wij, maar in mijn achterhoofd suddert de vraag of wij niet te maken hebben met een door de situatie ontstaan pluspakket? Hoeveel van haar gedrag hangt samen met een tekort aan aandacht, versterkt door een oudere broer met een extra hulpvraag en een dreumes, die nu eenmaal qua zelfredzaamheid en leeftijd ook de nodige aandacht vraagt!? Is Mara hier niet alleen het ‘middelste kind’, maar wordt zij steeds meer het kind van de rekening?

Bas vindt dat ik het niet ‘groter moet maken dan het is’ en dan heeft hij (ergens) een punt. Maar de vraag die bij mij opkomt is of Mara voldoende ruimte krijgt om haar eigen identiteit te ontwikkelen. Ze lijkt zich te spiegelen aan wat ze ziet bij Tije en Hanne. Beiden eisen de aandacht op, allebei op zowel positieve als negatieve manier. En waar ze niet spiegelt, compenseert ze. Vooral wanneer Tije het bloed onder de nagels wegtrekt en het huis te klein lijkt, ontpopt zij zicht tot een sociaal wenselijk wezentje: begint spontaan met opruimen, vraagt of ze nog ergens mee kan helpen en overspoelt mij met lieve woordjes en knuffels. Oprecht een heerlijke meid, maar hiermee neemt ze wel erg verantwoordelijkheid op zich. Probeert ze het zware gedrag van haar broer, en wat dat met mij, haar moeder, doet op te vangen. Veel te veel verantwoordelijkheid voor dat prachtige kleutermeisje. En is dat gedrag dan misschien een teken dat dit zijn tol begint te eisen?

Het is niet direct een reden voor zorg, maar bewustwording: Mara is er ook! Zij moet ook haar eigen aandacht krijgen. Ruimte om zichzelf te ontdekken, een veilige omgeving om te groeien. Een eigen, volwaardige plek binnen het gezin. Niet alleen in ons hart, maar ook praktisch. En daarom proberen we nu gericht elk kind een moment van individuele aandacht te geven. Is het gezamenlijk voorlezen bij het naar bed brengen, verruild voor individuele momenten. Lezen we bewust uit een ander boek, krijgt ieder een eigen verhaal. En ik probeer gedurende de dag om niet alleen de positieve, maar ook de negatieve energie zo eerlijk mogelijk te verdelen, zodat Mara aan het eind van de dag niet steeds de rekening krijgt.


Eva (36) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al opIMG-20170708-WA0019
jonge leeftijd vertoont haar zoon kenmerken van ASS. Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zi
j hierin lang geen erkenning. Na een heftig schooljaar waarin haar zoon bijna onherkenbaar veranderd lijkt, is begeleiding thuis gestart. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. Waar thuis voorzichtige stappen worden gezet, lijkt de situatie op school helaas steeds lastiger te worden.
Voor de website van ParASSchute schrijft zij om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat. In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.