Een harde leerschool

Het telefoongesprek met de leerkracht, naar aanleiding van de eerste schooldag, is voor school en mijzelf reden om diezelfde week nog een overlegmoment te plannen. De tegenwind onderweg naar school is representatief voor de houding van Tije. Hij weigert ook hier! Het verdriet hierover en de angst dat het ook hier niet gaat lukken maken het er niet beter op. Wind mee zou toch ook wel eens fijn zijn… en inderdaad, dat bedoel ik vooral figuurlijk!

Ik maak kennis met de nieuwe leerkracht van Tije, de Intern Begeleider sluit aan. De leerkracht benoemt dat Tije het “nog moeilijk vindt” om aan het werk te gaan. Dat hij niet wil werken maar dat hier op school nu eenmaal dingen moeten. Dat de werkjes die gepland staan nu eenmaal moeten gebeuren. De leerkracht stelt duidelijk dat Tije als hij zijn werk niet onder schooltijd doet, hij het dan na schooltijd maar moet maken. Ik zie de bui al hangen! Dat hebben we eerder geprobeerd. Ik maak duidelijke afspraken met Tije, maar steevast zoekt hij de discussie op. De energie die het mij kost om hem tot werken aan te zetten, zie ik vervolgens niet terug in het resultaat. Frustratie bij Tije, frustratie bij mij, met een negatieve sfeer in huis tot gevolg. Wat zie ik daar tegenop. Maar de leerkracht vervolgt: “Ik heb hem gezegd: dan moet het direct na schooltijd. Dan bel ik je moeder dat ze je iets later moet komen halen!”.

Het klinkt misschien hard, maar hiermee is voor Tije direct duidelijk wat er van hem wordt verwacht. Ze stellen een duidelijk kader. Ik voel opluchting! Niet alleen omdat daarmee de strijd (voorlopig) buitenshuis wordt gevoerd, maar ook omdat het aansluit bij het gevoel dat al zolang knaagt.

De maanden voor de zomervakantie is de insteek steeds om Tije het plezier in het naar school gaan terug te laten vinden. De druk zo laag mogelijk, de verwachtingen minimaal. Voor de laatste school de juiste en waarschijnlijk enige keuze. Eentje waar ik mij op dat moment prima in kan vinden. 

Maar steeds is daar de zorg, de keerzijde van het pamperen: dat voor Tije de functie van school onvoldoende duidelijk is. Als alles in het teken staat van plezier gaan beleven, van zo min mogelijk druk, hoe gaat hij die koppeling dan ooit maken? Tije is een ontzettend leergierig kind en toch is er op school geen sprake van plezier in het leren. Hij komt niet eens tot leren! Is ervaren wat school hem te bieden heeft niet de voorwaarde om tot plezier op school te komen?!

Ik kan me daarom wel vinden in de strakke lijn die hier op school geschetst wordt. Hoop dat Tije nu gaat beseffen dat hij niet overal de dienst kan uitmaken. Dat op school de leerkrachten bepalen wat er gebeurt. Ik hoop dat Tije gaat beseffen dat er dingen zijn die ‘moeten’. Dat hij op school nu eenmaal moet werken. Dat iets moeilijk vinden niet betekent dat je het niet hoeft te doen, niet hoeft te proberen. Zoeken naar omwegen om Tije te motiveren hebben we nu lang genoeg geprobeerd. Helaas heeft dat niet gewerkt. Hoe hard het ook klinkt, dit lijkt nu de juiste insteek.

Behalve het harde kader zie ik twee mensen met een open houding die veel betrokkenheid tonen. Ik beschrijf de afgelopen twee jaren en de negatieve lading die aan alles wat met school te maken heeft hangt. Het verbaast me hoe nieuw onze voorgeschiedenis voor hen blijkt te zijn. Dit staat toch allemaal uitgebreid beschreven in de aanvraag voor de TLV. Waarom is deze essentiële informatie niet terecht gekomen bij de leerkracht? 

Ik ben bijna blij dat Tije direct zijn nukken heeft laten zien. Dat is de reden dat we zo snel om de tafel zijn gaan zitten. Het voorkomt weken van (opnieuw) aanmodderen. We bespreken de lijn voor de eerste schoolweken. Ik benoem de momenten waarvan wij inmiddels weten dat ze lastig zijn voor Tije. De leerkracht luistert en denkt mee. Ze geeft aan morgen hierover met Tije in gesprek te gaan, om zo samen een oplossing te bedenken. Ze wil dat Tije ontdekt dat er weliswaar veel ‘moet’ op school, maar dat er ook veel dingen bespreekbaar zijn en aangepast kunnen worden.

De eerste schoolweek sluiten we uiteindelijk positief af. Tije werkt de laatste twee dagen met de klas mee. Al is het spannend en zwaar voor hem, hij probeert het. En het lukt! Ik hoop dat hij met de succeservaring van de laatste twee dagen toch enigszins positief aan de tweede week begint.

Met een voorzichtig vertrouwen kijken we naar de toekomst. Net als vorig jaar… en wat een deceptie was het toen. De frustratie en pijn daarover moeten slijten, bij mij, maar ook bij Tije. Hoeveel tijd gaat dat kosten, en is er voor Tije genoeg tijd om te schakelen. De Gesper benoemt dat het fijn is dat we opnieuw met vertrouwen naar de toekomst kijken. Ik vraag me af hoe oprecht mijn vertrouwen is.


Eva (37) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al op IMG-20170708-WA0019jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. In het afgelopen schooljaar blijkt het regulier onderwijs onvoldoende passend. Tije is na de zomervakantie gestart op het Speciaal Basis Onderwijs. Na een maandenlange wachtlijst start ook het traject van gespecialiseerde gezinsbegeleiding.

Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat.  In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.


 

Nieuwe ronde (laatste kans?)

Aan de vooravond van het nieuwe schooljaar is van het ontspannen vakantiegevoel nog maar weinig terug te vinden. Twee kinderen die allebei starten op een andere nieuwe school brengt toch aardig wat onrust met zicht mee. Hoewel wij hier volgens mij voor de kinderen voldoende aandacht aan hebben besteed, betwijfel ik of ik praktisch en mentaal al klaar ben voor de start van dit nieuwe schooljaar.

Mara heeft duidelijk zin om weer naar school te gaan, maar vindt het heel spannend: een nieuwe school met veel onbekende gezichten. Dat haar grote broer niet naar dezelfde school gaat zorgt onverwacht voor tranen. Tije heeft er overduidelijk geen zin in. Nadat hij zijn nieuwe schoolgebouw en schoolplein ziet is er een voorzichtig enthousiasme, maar nu het daadwerkelijk op het naar school gaan aankomt, is die direct weer verdwenen.

Mijn gevoel dat Tije op het SBO beter op zijn plek zal zijn, wordt steeds meer weggedrukt door de houding van Tije. Het hele concept ‘school’ lijkt voor hem te hebben afgedaan. Hij lijkt er zelf niet in te geloven dat het hem ergens gaat lukken. En terwijl ik naar hem toe alleen maar vertrouwen uitspreek, besef ik maar al te goed dat er voordat er enige slagingskans kan zijn, een hoop in zijn koppie moet gaan veranderen. Naar school gaan lijkt direct gekoppeld aan de weerstand. En ik vraag mij steeds meer af hoe dit kan worden doorbroken, of eigenlijk, of dit kan worden doorbroken!?

Voor mij voelt het als een laatste kans, bijna een eindstation. Ik ervaar een enorme druk: wat als Tije het ook hier niet redt? Een laatste kans om plezier in het naar school gaan terug te vinden, om tot leren te komen… maar stel dat dat hier niet lukt? Wat blijft er dan nog over? Wat blijft er dan nog van hem over? Wat doet het met mijn mannetje als hij uiteindelijk ook hier moet vertrekken. Ik doe Tije en zijn nieuwe school tekort met dit doemdenken, het wordt meer ingegeven door mijn eigen trauma dan door oprechte twijfels. Maar dat ik dit besef maakt mijn angst niet minder groot. Voor mijn gevoel is het nu of nooit.

En dan is het zondagavond, zijn de wekkers gezet en liggen de kinderen (wonder boven wonder) op tijd in bed. De kleding voor de eerste schooldag ligt klaar, met meer zorg uitgezocht dan normaal gesproken. De kast van Tije aangevuld met nieuwe kleding, met op zijn verzoek de nieuwe broeken in tweevoud: ‘Dan zien de kinderen het niet als ik een ongelukje heb gehad mam!’.  Een prima plan, waar wij graag aan meewerken. Een EHBO-tas (Eerste Hulp Bij Ongelukjes) voorzien van de ‘dubbele broek’ en wat Tije verder nodig heeft om zichzelf ‘ongemerkt’ op te kunnen frissen. De rugzakken gewassen, nieuwe gymspullen in nieuwe tassen. Aan het oppervlakkige aspect zijn we ruim tegemoet gekomen. We zetten alles in wat ook maar een beetje kan bijdragen aan de succeservaring!

We brengen Tije de eerste periode zelf naar school. De afgelopen weken heb ik schoorvoetend toe moeten geven dat dat op de lange termijn niet haalbaar is. De praktische bezwaren hebben mijn weerstand tegen ‘het busje’ langzaam overwonnen. De termijn voor de aanvraag van het leerlingenvervoer is ongeveer 8 weken. Het zal wat voeten in aarde hebben om dit al die tijd zelf op te vangen, daar zie ik zeker tegenop. Maar tegelijkertijd vind ik het prettig dat hij deze eerste weken  veilig en vertrouwd door Bas naar school wordt gebracht, en vooral, dat ik hem zelf op haal en zelf kan zien hoe hij uit school komt.

En zo vertrekt Bas op maandagochtend met Tije in de auto richting zijn school, en breng ik samen met Hanne een timide Mara naar haar nieuwe school. En hoewel beide kinderen zich prima kunnen vinden in deze verdeling, had ik mezelf graag voor dit moment even willen klonen.

Aan het eind van de eerste schooldag zit Tije in de tuin met een overduidelijk punthoofd tegen de poort. School is stom, niet leuk, hij gaat nooit meer terug! Ik herken gelukkig inmiddels het principe en zeg dat we er na een half uurtje op de iPad over kunnen praten. Dat geeft hem direct rust. Maar bij mij borrelt de onrust. Ik word hier zo moedeloos van, hoe kunnen we dit doorbreken?! Waar stopt het autisme en beginnen andere aspecten als faalangst of gedrag het geheel te bepalen.

Niet veel later klinkt mijn telefoon. Het is de juf van Tije. Ze vraagt hoe hij uit school is gekomen. Tije heeft namelijk op school niet willen werken. De juf heeft niets afgedwongen, maar geeft aan dat er niet zoveel van hem gevraagd is. “Een paar woordjes schrijven, maar dat wil hij niet doen!” Ik benoem zijn trauma, de weerstand tegen het willen werken. Juf hoort het aan, ze lijkt verbaasd. Ik weet zeker dat ik dit benoemd heb, dat dit duidelijk in zijn dossier terug te vinden moet zijn. Het lijkt mij toch belangrijk dat een leerkracht zich inleest, zeker in deze setting. Tegelijkertijd besef ik dat dit ook een bewuste keuze kan zijn, dat ze het kind wil leren kennen in de klas en niet uit een dossier.

’s Avonds wil Tije graag opnieuw even praten. Als Mara in bed ligt gaan Bas en ik er echt even voor zitten. Gelukkig komen we tijdens het gesprek tot de conclusie dat het vooral nieuw was, spannend, wennen omdat hij niet weet hoe het hier allemaal gaat. Weerstand uit onduidelijkheid en onzekerheid dus. We benoemen de positieve aspecten van zijn dag en plaatsen de rest in perspectief. Nu we het zo bespreken blijkt zijn dag een stuk positiever te zijn verlopen dan ik dacht.  Zo’n eerste schooldag is altijd wennen, staat bol van prikkels. En dan is het vandaag ook nog eens de eerste schooldag op een nieuwe school. Nieuwe kinderen, nieuwe juffen… alles nieuw! Ik snap hem nu. En we besluiten samen dat we het rustig de tijd geven!


Eva (37) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al op
jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. Hoewel a
larmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. In het afgelopen schooljaar blijkt het regulier onderwijs onvoldoende passend. Na de zomervakantie zal de overstap naar het Speciaal Basisonderwijs worden gemaakt. Ondertussen staat het gezin op de lange wachtlijst voor gespecialiseerde begeleiding.IMG-20170708-WA0019


 

Even gASS terug

Op internet bekijken we foto’s van een prachtige safaritent aan een natuurspeeltuintje. Zand, water, een touwbrug… en dat allemaal direct voor de tent. De tent zelf heeft twee stapelbedden (geen ‘ik-wil-boven-jij-moet-onder-discussies!), een tweepersoonsbed voor ons, en het eigen sanitair dat voor ons op dit moment echt een ‘must’ is. En het is dichtbij, te dichtbij misschien? Dus zoeken we verder. We vinden ‘minder leuk’, ‘minder praktisch’ en bovendien duurder. Als snel zijn we terug bij onze eerste vondst en we besluiten te boeken.

Mara en Tije horen al weken over de vakantieplannen van anderen en spreken al minstens zoveel weken de hoop uit dat ook wij dit jaar op vakantie gaan. Nu de bevestiging van de camping binnen is roepen Bas en ik ze bij de computer. Ze zijn allebei enthousiast. Mara bekijkt de foto’s vluchtig en stuift vervolgens weer naar buiten om verder te spelen. Tije kruipt op de stoel bij de computer en stort zich op de foto’s en plattegrond. Het verschil tussen deze twee opnieuw duidelijk. 

Op de camping staan vijf van deze tenten. Drie aan het water, twee iets verder ervan af. Tije is erg enthousiast en zegt dat hij hoopt dat onze tent aan het water staat. Het lijkt een onschuldige opmerking, maar achter deze woorden hoor ik zijn onrust. Bij het boeken biedt de camping de mogelijkheid om voor een meerprijs een specifieke plek te kiezen. Wij hebben dit niet gedaan omdat het voor ons niet uitmaakt. Maar nu besef ik dat we hierbij voorbij zijn gegaan een het hoofd van Tije. Dat het voor hem waarschijnlijk ook niet uitmaakt in welke tent we zitten, maar dat het ‘niet weten’ weleens kan leiden tot weken van onrust en speculatie. Ik besluit contact op te nemen met de camping. 

Ik vertel dat mijn zoon Autisme heeft en dat het hem rust geeft om te weten op welke plek wij straks vakantie gaan vieren. Ik benadruk dat wij geen voorkeur hebben, maar dat prettig zou zijn als we hem kunnen vertellen welke tent straks ‘van ons’ is. En dus vraag ik of er al een specifieke tent aan onze boeking gekoppeld is, zodat ik dit kleine stukje onrust bij hem kan wegnemen. De dame aan de telefoon gaat overleggen. Eenmaal terug aan de lijn beschrijft ze de positie van de tent en zegt dat ze die in deze situatie alvast mag vastzetten. Ze vraagt direct of we misschien liever een rustiger plekje hebben. De toegewezen tent staat aan het water, midden in de bedrijvigheid. Misschien is dat voor hem te onrustig? Ik bedank de dame en zeg dat deze tent prima is. Ik benoem nogmaals dat het Tije zoveel rust geeft om op de plattengrond te kijken en te weten waar we straks zullen zitten. Ze zegt het te begrijpen, en ik hoor aan haar stem dat ze dit ook echt doet, wat bijzonder! En wat fijn dat er zo wordt meegedacht. Bas en ik staan hierdoor nog meer achter onze keuze.

Tije benoemt uit zichzelf dat hij zo blij is dat we niet heel lang in de auto hoeven zitten. “Nu hoef ik maar een half uur niets te doen, dat vind ik al moeilijk genoeg”. Hiermee is ook de vraag of we niet wat verder weg van huis moeten beantwoord. Het is goed zo! Een aantal weken later staat we dan ook binnen 30 minuten bij de receptie van de camping. Het inpakken heeft langer geduurd dan de reis. Helaas hebben we de ‘zijn we er al?’ niet kunnen voorkomen.

Bij het inchecken treffen we overduidelijk dezelfde behulpzame dame die ik eerder aan de telefoon heb gehad. “Jij weet al welk nummer jullie hebben toch? “ vraagt ze aan Tije, om hem vervolgens een plattegrond te geven zodat hij kan aanwijzen waar de tent staat. Glimmend van trots wijst hij ons de juiste plek. De dame wijst hem aan waar de auto geparkeerd kan worden en dan rijden we het terrein op.

De tent is prachtig en biedt alles wat we nodig hebben. De camping is klein en overzichtelijk. Zowel figuurlijk voor Tije, als (vanaf ons plekje) letterlijk voor ons. Hierdoor kunnen wij de oudste twee een grote mate van vrijheid bieden. Elke ochtend vertrekken Tije en Mara samen naar de receptie. Tije haalt versgebakken broodjes en Mara komt na een uurtje in de knutselclub zelf weer naar de tent.  Naar hartenlust steppen ze rondom de waterplas, bouwen dammen en vangen kikkers. 

Het animatieprogramma is aan Tije niet besteed, al maakt hij voor het pizzabakken een uitzondering. Als er in de middag een luchtbeddenrace op het programma staat, waar Mara direct voor te porren is, blijft Tije liever kikkers vangen(31 mam!). Vanuit onze tent bekijken wij zowel de kikkerjacht, als de luchtbeddenrace. Tije bekijkt vanaf de zijlijn de hectiek, de kikkers inmiddels vergeten. Voorzichtig sluit hij aan bij het handjevol kinderen dat deelneemt, om zich vervolgens met toenemend enthousiasme in het spel te storten. Ik ben trots dat hij zijn weerstand zo weet te overwinnen, maar toch blijft het spannend. Waar ligt zijn grens, slaat zijn fanatisme om? Barst dan straks toch de bom!?

Voor we reserveren vragen wij ons af waar we naar toe kunnen als we er een dag op uit willen. Je wilt dan immers niet direct bekend terrein betreden. Omdat er in de omgeving nog genoeg te ontdekken valt boeken we toch. Achteraf blijkt het juist een zegen dat alles wat we vanaf de camping kunnen ondernemen, met hetzelfde gemak vanaf thuis te bezoeken is. We voelen nu niet de verplichting uitjes te plannen omdat we er juist nu in de buurt zijn. Het levert een week rust en ruimte op, waarin we genieten van elkaar en van wat de camping ons te bieden heeft. Het is een week van niets moet en veel mag. De iPad ligt vergeten in een hoek van de tent.

Na een heerlijke week ritsen wij voor de laatste keer deze tent dicht. Met tassen vol vieze was en hoofd en hart vol mooie herinneringen. “Het was fijn. Hier wil ik volgend jaar weer naartoe!” Uitgerust en opgeladen gaan wij ons nu voorbereiden op het nieuwe schooljaar.


Eva (37) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al op
jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. 

IMG-20170708-WA0019

Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. In het afgelopen schooljaar blijkt het regulier onderwijs onvoldoende passend. Na de zomervakantie zal de overstap naar het Speciaal Basisonderwijs worden gemaakt. Ondertussen staat het gezin op de lange wachtlijst voor gespecialiseerde begeleiding.

Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat.  In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.


 

Dubbel

En ineens is het einde van het schooljaar daar. Het schooljaar lijkt letterlijk door mijn vingers te zijn geglipt. Ik kijk terug op een periode van onrust, gemiste kansen, machteloosheid en verdriet…  het zijn de woorden waarmee ik een jaar geleden mijn blog begin. Dit jaar is anders, en toch ook hetzelfde. Een schooljaar dat op momenten tergend langzaam voorbij kruipt, maar dat tegelijkertijd zo snel voorbij is. Langzaam omdat ik de strijd van mijn zoon zie, elke dag weer. Wat ik ook doe, ik blijk hem niet te kunnen helpen. Maar ook veel te snel omdat de tijd die Tije op zijn nieuwe school krijgt te kort is. Voor hij echt heeft kunnen wennen moet hij alweer afscheid nemen. Met alles wat er het afgelopen jaar gebeurd is, is er weinig veranderd. Sta ik, staan wij, voor mijn gevoel nauwelijks verder dan een jaar geleden.

Ik weet dat ik voor Tije dit jaar heb gedaan wat ik kan: ik help op school, heb gesprek na gesprek en vang Tije op hoe en zo vaak als het nodig is. Het gevoel van machteloosheid blijft, maar ik heb dit jaar geen (nou vooruit, minder!) steken laten vallen. Ik heb mij uitgesproken, ingelezen, georiënteerd. Ik ben opgekomen voor mijn zoon. Ik heb mijn keuzes zoveel mogelijk laten bepalen door wat hij nodig lijkt te hebben.

Waar ik hoop op een schooljaar van antwoorden, volgt een jaar van vragen. Thuis is er meer rust, maar het opvangen van overprikkeling op school blijkt een terugkerend thema. Het grote vraagstuk is of het regulier onderwijs wel passend is voor Tije. En hoewel ik daar mijn eigen antwoord op heb, blijkt dat er niet direct toe te doen. Als het escaleert tussen Tije en zijn leerkracht, en hij thuis komt te zitten, moeten we een tussenoplossing vinden. De keuze voor een andere reguliere school, die hem wellicht beter past, moet uiteindelijk het antwoord op de vraag gaan geven.

Ik ben ervan overtuigd dat we een goede keuze hebben gemaakt. Als Tije het met deze leerkrachten niet heeft kunnen redden, lukt het hem op geen enkele reguliere school. Goed onderwijs staat of valt met een goede leerkracht. Gezien worden op school vraagt een bijzondere leerkracht. Tije is hier absoluut gezien! Hij zit net een paar weken in zijn nieuwe klas als ik merk dat zijn leerkrachten hem kunnen lezen. Ze kunnen helaas niet voorkomen dat het mis gaat, weten misschien niet altijd wat hij nodig heeft, maar wel zien dat hij iets nodig heeft. Maar helaas is dat niet genoeg.

En zo moet ik vlak voor de zomervakantie nog één horde nemen: Tije vertellen dat hij na de zomervakantie (opnieuw) naar een andere school gaat. Ook dat moment komt te snel, sneller dan ik gepland heb. Ik stel het uit, probeer het te rekken tot het allerlaatste moment. Als juf belt dat de klassenlijsten voor het nieuwe schooljaar worden meegegeven, kan ik het niet meer uitstellen. Tije reageert met de boosheid die ik verwacht: “Ik ga niet naar die stomme school, ik blijf gewoon op deze school.” Verdriet en teleurstelling. Weerstand tegen de verandering. Angst voor het nieuwe, onbekende. Ik laat hem rustig wennen aan het idee, geef hem tijd om zijn verdriet een plek te geven.

En dan sluiten ook wij de laatste week van het schooljaar af. Neemt Mara afscheid van haar kleuterjaren en van de voor haar nog veilige school. De school waar haar broer en wijzelf die veiligheid inmiddels missen, waardoor ik na vier-en-een-half jaar zonder omkijken de deur uit loop. Hoe anders is het als ik met Tije mee ga om afscheid te nemen van zijn leraar. Tije is ziek, en mist daardoor de laatste dagen met deze leerkracht maar zowel Tije als ik willen graag afscheid nemen. “Wat fijn om jou nog even te zien kerel!” zegt de leraar. De oprechtheid achter deze opmerking straalt uit zijn houding en ogen. Wat een mooi mens! In die kleine woorden de passie voor zijn vak, de zorg voor het kind: mijn kind, prachtig!

De allerlaatste schooldag kan Tije gelukkig wel meemaken. Ik schud de hand van de juf bij de deur: de andere juf staat binnen. Ik had vooral ook haar graag even bedankt, maar dat lukt me alleen als ik mijzelf de komende uren nog weet te klonen. Het is onzin om haar voor de groep weg te halen: volgend schooljaar zit Mara bij haar in de klas. Ik druk Tije de kaart die ik heb gemaakt in de hand en vertrek, hopend dat mijn dankbaarheid overkomt.

Ik koester de afgelopen weken die Tije met deze twee leerkrachten heeft doorgebracht. Bij wie liefde voor hun vak en voor hun leerlingen de protocollen overstijgen. De leerkrachten die vanaf de eerste dag het mannetje lijken te zien dat achter de boosheid en frustratie schuil gaat. Ik lach hardop als ik lees wat zij in zijn rapport schrijven: “Wat jij allemaal kan hebben wij nog niet gezien”. Ze zien de potentie achter het pantser. Alleen een groot mens ziet het moois in kleine dingen!

En daarmee sluit ik dit onstuimige jaar, en deze blog, af: met een klein sprankeltje hoop. En val ik wederom in herhaling. Want ook dat lees ik terug in mijn blog van een jaar geleden. Mijn hoop op verbetering: een leerkracht met expertise over ASS, die structuur en duidelijkheid biedt. Ik lees hoe ik mij daar aan vast klamp. En na alle desillusie en deceptie hoop ik nu dat het speciaal onderwijs Tije beter past, hij daar beter op zijn plek zal zijn. En hoop ik ook dat Mara snel haar draai gaat vinden op haar nieuwe school. Bijzonder eigenlijk, hoeveel ik mij vastklamp aan een klein beetje hoop, als dat het enige is wat ik kan doen.  


Eva (37) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al IMG-20170708-WA0019op jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. In het afgelopen schooljaar blijkt het regulier onderwijs onvoldoende passend. Na de zomervakantie zal de overstap naar het Speciaal Basisonderwijs worden gemaakt. Ondertussen staat het gezin op de lange wachtlijst voor gespecialiseerde begeleiding.

Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat.  In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.


 

Eva 1 jaar!

Vandaag vieren we een feestje bij ParASSchute samen met Eva!

Eva deelt vandaag al 1 jaar haar verhaal ‘onder moeders ParASSchute’ op deze site, middels een goed gelezen blog. Het verhaal van Tije en alle opstakels waar ze samen als gezin tegenaan lopen. Inmiddels al 26 blogs die om de week op de site gepubliceerd worden en door vele mensen gelezen zijn.

De herkenning, het verdriet en het vertrouwen wat Eva krijgt van lezers en mede ouders doet haar goed. Mede daarom (en omdat we graag volgen hoe de ontwikkeling van Tije verdergaat) hebben we besloten dat Eva nog een jaar blijft schrijven. Schrijven over de ontwikkeling van Tije en hun als gezin. Voor herkenning, begrip en vertrouwen. Maar ook als uitlaatklep voor Eva zelf.

Dank Eva voor je openheid en eerlijke blog!
cl1

Psycho-educatie

Met de diagnose komt de wetenschap dat wij Tije hier over moeten vertellen. Hij is er zelf van overtuigd dat het in zijn hoofd anders werkt en roept dit regelmatig.  Hij heeft het recht om te weten wat wij weten, zijn gevoel bevestigd te krijgen. Ik hoop dat hij zich daarmee beter begrepen voelt, of in ieder geval ervaart dat hij niet alleen staat. Dat zijn hoofd misschien anders werkt dan dat van mij, maar dat er meer mensen zijn die de wereld op een vergelijkbare manier beleven.

We stoeien met de vraag hoe we hem kennis laten maken met Autisme. We willen het zo laagdrempelig mogelijk brengen, voor hem te bevatten. En minstens zo belangrijk: we willen niet dat hij Autisme als een excuus of beperking gaat zien. Als excuus voor zijn boze buien of om iets niet te hoeven. Dat hij wat hij moeilijk vindt, gaat zien als een feitelijke beperking, omwille van een label. Dat staat haaks op wat wij hem willen meegeven. Hij moet ook niet het gevoel krijgen dat er niets kan veranderen, dat hij zich altijd zo zal blijven voelen. Het is belangrijk dat Tije leert en weet over (zijn) Autisme. Maar hoe wij het brengen lijkt minstens zo belangrijk.

De maanden vliegen voorbij en we hebben met Tije nog niets besproken. Deels omdat het er simpelweg het moment niet voor is. Met alle onrust op school, al het geregel eromheen, lijkt dit steeds iets dat kan wachten. Iets dat moet wachten omdat al het andere al teveel is. Toch knaagt nu een stemmetje dat het Tije misschien in de afgelopen maanden rust of een stuk acceptatie had kunnen bieden. In eerste instantie besluiten we om te wachten tot de gespecialiseerde begeleiding van start gaat. Het lijkt immers verstandig om met deze psycho-educatie aan te sluiten bij de ‘taal’ van de hulpverlener die ons gaat begeleiden. Maar het wachten duurt, en duurt…

Tije loopt steeds meer vast. Mara begint zich hardop af te vragen waarom Tije doet zoals hij doet. Ze kan het niet plaatsen en weet niet hoe ze hiermee om moet gaan. Ik zie steeds vaker frustratie, misschien zelfs onbegrip. Ik besluit om alvast een korte uitleg te geven. Ik laat haar vertellen wat er gebeurt als ze in een ballon blaast. “De ballon wordt steeds voller”. En als je blijft blazen? “Dan knapt ie!”. We benoemen dat de ballon niet knapt als we er eerst weer wat lucht uit laten lopen. “Dan kan er weer wat bij!” Ik leg uit dat dat is wat zij doet: alles wat er in de dag op haar af komt, daarmee vult haar ballon. Wordt de ballon te vol, dan laat ze er wat lucht uit, zodat er weer wat bij kan. Ik vertel dat Tije de lucht niet zelf uit zijn ballon kan laten lopen, er komt steeds meer lucht in en daardoor knapt hij. Dan volgt de dwarsheid, komen de boze buien.

Ik wil niet langer wachten. Er is bij beide kinderen behoefte aan duidelijkheid, aan inzicht op niveau, aan begrip. Met een deftig woord: psycho-educatie. Onze Gesper stelt Brainblocks voor en regelt twee contactmomenten met Aukje Reurink van ParASSchute: één voor ons als ouders/ verzorgers, een tweede voor de kinderen.

Als Tije opnieuw overstuur uit school komt geef ik hem alvast een stukje van de verklaring. Wat maakt dat hij zich zo moedeloos voelt, Dat hij zich niet begrepen voelt, de wereld steeds minder begrijpt en zichzelf steeds minder lijkt te begrijpen. Maanden denk ik na over het juiste moment en de juiste woorden, en uiteindelijk hou ik het simpel. Ik vertel hem dat hij gelijk heeft, dat het in zijn hoofd inderdaad anders werkt en dat dat Autisme heet. Dat hij daardoor gevoelig is voor alle prikkels en een ‘punthoofd’ krijgt. Ik vertel hem dat Aukje hem komt uitleggen hoe dat precies werkt.

Eerst zijn wij als ouders aan de beurt. We krijgen een voorlichting Brainblocks: een uitleg over hoe het werkt in het brein van een autist, en hoe het brein van iemand met autisme verschilt van dat van iemand zonder autisme. Bas is er, en onze vaste oppas sluit aan. We willen graag zoveel mogelijk weten, zoveel mogelijk kunnen aansluiten bij de behoeftes van Tije. En hoewel wij inmiddels al aardig wat hebben gelezen en geleerd, biedt het nieuwe inzichten en (meer) begrip. 

Een week later is het aan de kinderen. De ochtend begint met een opmerking van Tije: “Mama? Aukje komt zo toch!?”. Als ik dit bevestig vervolgt hij “Fijn, want dan snap ik straks beter hoe het werkt met mijn punthoofd!”. Ik vind het heel positief dat hij er zo voor open staat. Het toont duidelijk zijn behoefte om zijn Autisme beter te begrijpen. Stiekem geeft dat toch wat hoop voor de toekomst.

Als Aukje aan tafel zit, snellen ook Mara en Tije zich naar een plekje. Als vanzelf gaan ze recht tegenover haar zitten. Ik kan me niet herinneren dat ik Mara heb vertelt wat Aukje precies komt doen, maar dat lijkt ze niet nodig te hebben. Tije vertelt dat hij het ‘boek’ vanmorgen al heeft gelezen, hij doelt daarmee op een aantal kopieën die Aukje hier vorige week heeft achter gelaten: de sterke kanten van autisme. We hebben hier vorige week samen naar gekeken, maar blijkbaar heeft hij deze vanmorgen opnieuw gepakt. Samen met Aukje en Mara bespreken ze de verschillende eigenschappen die ze herkennen in Tije. Daarna komt de Brainblocks-doos op tafel.

Vanaf de zijkant kijk ik trots toe hoe mijn zoon en dochter het verschil tussen hun twee koppies ontdekken. De uitleg is praktisch, de visuele ondersteuning zonder franjes en biedt voldoende duidelijkheid. Ik zie dat ze zichzelf herkennen in de voorbeelden. Ze praten mee en vullen aan. Ze stellen vragen en hebben er bovendien duidelijk plezier in. Ze verwerken de informatie allebei op hun eigen manier. Tije organiseert de blokjes informatie in alle rust in zijn hoofd, waar Mara nieuwe verbindingen maakt. En maakt het zichtbaar een stukje verbinding tussen twee heel verschillende kinderen.


Eva (37) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al  op IMG-20170708-WA0019jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. In het afgelopen schooljaar blijkt het regulier onderwijs onvoldoende passend. Na de zomervakantie zal de overstap naar het Speciaal Basisonderwijs worden gemaakt. Ondertussen staat het gezin op de lange wachtlijst voor gespecialiseerde begeleiding.

Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat.  In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.


 

De kogel door de school

De weken worden opnieuw, nog steeds eigenlijk, beheerst door alles rondom Tije. Telefoontjes, mailtjes, gesprekken. Mijn dagindeling steeds opnieuw aangepast. Het continurooster wordt al vrij onderbroken met een lunchpauze. Hopend dat die pauze hem tot rust laten komen, voldoende ruimte biedt in zijn drukke hoofd om de middagen te kunnen verwerken. Helaas blijkt dat al snel niet voldoende. Sinds het laatste overleg is Tije de middagen thuis, een hele schooldag overduidelijk teveel van het goede.

De ambulant begeleider spreekt haar bewondering uit: “wat goed dat jij dit voor hem doet, dat jij er steeds voor hem bent”. Ik veeg het van tafel, weerleg het compliment: ik heb hierin geen keuze. Ik moet! Er is niemand anders die het voor hem kan doen. Bovendien is hij mijn zoon en is het daarmee toch mijn plicht om voor hem te doen wat ik kan. Ik kan de klappen niet voor hem opvangen. Blijk hem keer op keer niet te kunnen beschermen tegen wat er op zijn pad komt. Wat mij rest is hem een veilige basis bieden, er letterlijk en figuurlijk voor hem zijn. Ik blijk mijzelf hier ook niet te kunnen beschermen. Ik krijg van Tije dagelijks de volle lading en probeer alles te (ver-)dragen. Zo loop ik op mijn tenen en tandvlees tegelijk terwijl ik zijn rots in de branding probeer te zijn. Een rots die langzaam steeds meer afbrokkelt.

Met elk moment dat de leerkrachten op school niet kunnen opvangen, elk moment onder schooltijd dat ik Tije thuis heb, wordt de situatie pijnlijk duidelijk. De bescheiden winst die met alle inzet wordt behaald weegt niet op tegen het trauma. De weerstand tegen elke vorm van ‘moeten’, de voortdurende overprikkeling. Tije ziet het anders. Hij vindt het prettig op school, gaat met plezier. Hij ziet en voelt niet wat een schooldag met hem doet, wat het vraagt van zijn omgeving. Hij lijkt niet te beseffen dat het feit dat hij niet tot werken komt betekent dat het ‘niet goed’ gaat op school. De functie van school voor Tije blijkbaar onvoldoende duidelijk.

Dat Tije het zo anders ziet maakt dat ik met het lood in mijn schoenen naar school sjok. Vandaag wordt de knoop doorgehakt: krijgt Tije na de zomervakantie hier nog een kans? Of wordt vandaag de overstap naar het SBO in gang gezet!? De afgelopen weken hebben wij geleidelijk aan voorbereid op deze laatste uitkomst. Maar tot het daadwerkelijk wordt uitgesproken, blijft er dat kleine sprankje hoop. De woorden die ik al verwacht komen: er is voor Tije geen plaats hier op school, of beter, Tije is hier op school (nu) niet op zijn plek, want opnieuw klinkt de bereidheid om hem op te vangen door in de woorden.  

Het gesprek gaat verder over de stukken voor de TLV. Er wordt besproken wat er duidelijk in moet staan zodat de nieuwe school hierop direct kan anticiperen. De inhoud gaat eerlijk gezegd aan mij voorbij. Mijn gedachten verzanden in een mantra: ‘niet huilen nu, niet huilen!’. En het gaat goed. Ik ben stil en houd mijn ogen droog. Dan is daar even een hand op mijn schouder, van die leerkracht die het ‘stiekem’ allemaal door heeft, en komen de tranen naar buiten rollen. 

De bevestiging die deze beslissing met zich meebrengt,  dat mijn gevoel opnieuw juist is. Dat Tije meer nodig heeft dat het regulier onderwijs kan bieden. Dat we eindelijk de stap kunnen zetten naar het speciaal basisonderwijs, waar hopelijk de middelen en omstandigheden aanwezig zijn om Tije op te vangen. Dat de kogel nu eindelijk door de kerk is. Dat wij, en Tije straks ook, weten waar we aan toe zijn. Maar opluchting blijft uit. Mijn tranen zijn vooral voor Tije. Omdat ik weet dat hij het anders ziet en anders wil. Omdat ik voor hem zo graag zou willen, dat het anders is.

Het is mooi en tegelijkertijd schrijnend om te zien hoe deze leerkrachten balen dat zij Tije niet hebben kunnen bieden wat hij nodig heeft. Het lijkt bijna alsof ze het als een persoonlijk falen zien. Volkomen onterecht wat mij betreft. Het aanmodderen op de eerste school, het uitstellen van het aanvraag van de begeleiding die hij zo hard nodig heeft. Het is teveel gevraagd om daar in zes weken doorheen te breken. En in deze laatste weken van het schooljaar vragen we van Tije iets dat voor hem vrijwel onmogelijk is: schakelen. Wennen op een nieuwe school met een andere werkwijze. Zijn draai vinden in een nieuwe klas. En om te slagen moet hij zijn weerstand opzij zetten, taakgericht werken, fouten durven maken. 

En daar breekt mijn hart, want hoe hebben wij dat van hem kunnen verwachten. Het voelt alsof ik mijn zoon moedwillig aan dit falen heb onderworpen. We hebben de kleine kans gepakt. Gehoopt op een wonder, bereid om genoegen te nemen met een klein lichtpuntje. Als dit de juiste keuze was, waarom voelt het dan nu zo verkeerd? Tije heeft deze kans op regulier onderwijs absoluut verdiend. Maar voor een eerlijke kans was het waarschijnlijk al te laat. Wat doet het met hem nu hij opnieuw naar een andere school moet. Daarmee overheerst verdriet en schuldgevoel, is er nog geen ruimte voor berusting. En voel ik bovenal zijn pijn. Pijn die ik nu nog in zijn plaats voel. De pijn die ik binnenkort met hem zal moeten delen.


Eva (37) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al  op IMG-20170708-WA0019jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. Na een escalatie tussen Tije en zijn leerkracht is hij niet langer welkom op school, en krijgt een nieuwe kans op een andere reguliere basisschool. Ondertussen staat het gezin op de lange wachtlijst voor gespecialiseerde begeleiding.

Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat.  In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.


 

Een schoolvoorbeeld

Ik wil schrijven dat het goed gaat, de juiste toon gevonden is. Dat Tije zijn draai op school steeds meer vindt. Dat de noodgedwongen wisseling van school precies is wat hij nodig heeft. Maar met alle betrokkenheid van deze leerkrachten, alle mogelijkheden die zij verzinnen om zijn onmogelijkheden op te vangen blijft een wonder uit. 

Tije gaat met plezier naar school, dat is een verademing. Maar eenmaal op school worden zijn dagen opnieuw bepaald door overprikkeling. Hoewel Tije voor het eerst in twee schooljaren deelneemt aan instructiemomenten, komt hij ook nu niet tot werken. En inderdaad, in deze periode zetten we in op ‘met plezier naar school’, het leren hieraan ondergeschikt. Maar het plezier in school zien we niet of nauwelijks terug. Tije zegt vooral dat hij het leuk vindt op school. Hij vertrekt de ochtenden zonder weerstand, zelfs met enthousiasme. Maar op school vraagt zijn aanwezigheid bijna voortdurend extra begeleiding, met weinig resultaat. En aan het einde van de schooldag is Tije altijd moe, eist de overprikkeling zijn tol en lijkt hij weinig meer te kunnen verdragen. Zijn enthousiasme verdwenen, het plezier dat hij volgens eigen zeggen op school beleeft niet af te lezen van zijn gezicht.

De voorwaarden om het plezier in het naar school gaan terug te vinden, om uiteindelijk weer tot leren te komen, lijken in overvloed aanwezig. De leerkrachten stuk voor stuk betrokken, de afstemming onderling optimaal. Ieder met zijn eigen persoonlijke invulling van een duidelijk plan. En daarnaast korte lijnen met mij. En waar ik die korte lijnen in de oude situatie vaak als erg belastend ervaar, kan het blijkbaar ook anders. Want niet langer hoor ik wat er niet goed gaat en wordt er de vraag gesteld ‘wat nu?. Nu wordt er voor elk probleem een oplossing aangedragen, soms in overleg maar vaak al direct ingezet. Komt er tijdens een overleg voorbij dat een bepaald hulpmiddel zinvol kan zijn, is het binnen een paar dagen aanwezig. Zo kan het dus ook!

Maar met alle inzet en mogelijkheden, van het eigen haakje bij de kapstok tot een plek om zichzelf terug te kunnen trekken als het teveel wordt, word vooral duidelijk hoeveel meer het vraagt van een leerkracht om Tije in de klas te hebben. En opnieuw -vrij snel- het moment dat we Tije tegen zichzelf, maar vooral andere kinderen op school tegen Tije moeten beschermen. Vooral de lunchpauze blijkt met zijn overdaad aan vrij spel een trigger voor problemen. Als de boze buien opnieuw leiden tot fysiek geweld, besluiten we dat Tije op die momenten naar huis komt, thuis zijn boterham eet. Zo kan hij even tot rust komen in zijn veilige haven, om vervolgens voor het middagprogramma weer naar school te gaan. Tije is het uiteraard niet eens met dit besluit. Zijn weerstand uit hij met een aantal flinke driftbuien. 

Voor Tije naar school vertrekt herhaal ik opnieuw de gemaakte afspraken. Als de klok 12 slaat, klinkt in plaats van het tuinhek mijn telefoon. De leerkracht van Tije belt. Tije wil niet, “gaat NIET” naar huis. Of ik hem kan komen halen. Eenmaal op school moet ik praten als Brugman, uiteindelijk krijg ik hem naar buiten, waar hij even later voor mij uit het schoolplein af rent.

Het voelt direct verkeerd, maar op mijn roepen reageert hij niet. Eenmaal thuis is Tije nergens te vinden. Ik loop naar zijn favoriete plekken in de buurt, maar zie hem niet. Ondertussen bel ik Bas, ik heb echt geen idee wat ik moet doen. Terwijl mijn lijf rondjes loopt door de buurt, draaien de gedachten door mijn hoofd. Het lijkt een onmogelijke opgave om hem in mijn eentje te vinden. 

Net als er een dame vanaf haar oprit vraagt of ik op zoek ben naar een jongetje, rinkelt opnieuw mijn telefoon: het is één van de leerkrachten van Tije. Na een tijdje door de buurt te hebben gelopen is Tije simpelweg terug naar school gelopen, heeft daar eerlijk gemeld dat ik niet weet waar hij is en heeft zijn eigen plek in de klas weer ingenomen.

Mijn emoties schieten alle kanten op. Ik ben opgelucht dat hij terecht is, gefrustreerd dat deze situatie heeft kunnen ontstaan en ik bovendien niet in staat blijk mijn zoon zelf terug te vinden. Verdwijnen blijkt vrij eenvoudig. Boosheid overheerst. Ik sta op het punt om naar school te gaan, Tije bij wijze van spreken aan zijn oren naar buiten te slepen en hem ‘nooit’ meer naar buiten te laten. Maar de leerkracht aan de telefoon vangt niet alleen mijn kind op, maar neemt de regie even helemaal over. De woorden “hij speelt nu rustig dus laat hem maar, haal hem aan het einde van de dag maar op” vegen mijn impulsen van tafel. Tije is terecht, de situatie onder controle. Het heeft op dit moment geen zin om het nog groter te maken. We bespreken het later, als iedereen weer rustig is.

Pas als mijn frustratie en woede wegebben besef ik hoe bijzonder dit is, hoe betekenisvol. Dat Tije er in deze situatie voor kiest om terug te keren naar school, en daar bovendien eerlijk vertelt dat ik niet weet waar hij is, geeft aan hoe veilig hij zich voelt op deze school, bij deze leerkrachten. Op dit moment is dat mij meer waard dat alle toetsen of leerlingvolgsystemen die er zijn. Hier zit in de basis iets goed, iets wat hij de afgelopen jaren gemist heeft. En daarvoor ben ik dankbaar. Het zal misschien (waarschijnlijk) niet voldoende zijn, maar lijkt in ieder geval een stapje in een goede richting. 


Eva (36) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al  op IMG-20170708-WA0019jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. Na een escalatie tussen Tije en zijn leerkracht is hij niet langer welkom op school. Na anderhalve maand thuis start Tije op een nieuwe reguliere basisschool. Ondertussen staat het gezin op de lange wachtlijst voor gespecialiseerde begeleiding.

Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat.  In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.


 

Uit het hart

Al bijna een jaar schrijf ik hier mijn verhaal, ons verhaal. Deel ik de woorden en de zorgen die overheersen. Ik schrijf voor mijzelf, om te delen en voor (h)erkenning. Maar ik hoop ook dat ik deze woorden op een dag samen met Tije lees. Dat we terug kunnen kijken op de strijd, de heftige tijd. En dat de herinneringen in kleur zijn, in plaats van het grauwe grijs. Ik hoop dat jij en ik, en wij samen, zo gegroeid zijn dat we ook deze eenzame tijd samen kunnen delen. En daarom Tij, schrijf ik mijn woorden dit keer aan jou. Deel ik mijn warme herinnering aan jouw start op de basisschool, en de angst, de pijn en de twijfel die deze herkansing, de start op een nieuwe basisschool kleurt. 

Daar zit je dan, mijn blonde peutermannetje. Je bent er zo aan toe om naar school te gaan. Ik heb zelfs gebeld of je eerder mag starten. Wettelijk gezien mag je tien dagdelen komen ‘wennen’. Die dagdelen hebben we ingepland: de eerste keer een uurtje, de tweede tot tien uur en daarna tot de lunch. Van achterop mijn fiets klinkt de opnieuw de vraag: “Maar mama, waarom moet jij blijven?”. We voeren al dagen hetzelfde gesprek. En dus leg ik -opnieuw- uit dat ze het op school zo willen. En hoewel de discussie op dat moment in woorden even stopt, zie ik dat jouw ogen het er nog lang niet mee eens zijn.

In een voor jou onbekend gebouw, in deze nieuwe situatie neem jij moeiteloos jouw plek in. Begint zonder enige vorm van strijd aan het werkje dat jouw juf voor jou heeft klaargelegd. Je bent tevreden, op één ding na: ik ben er nog. Ik zeg dat je dan maar aan de juf moet vragen of ik weg mag. Vermaakt kijk ik toe terwijl jij op de juf af stapt: “Juf? Mag mijn mama weg?”. Vertwijfeld kijkt juf naar mij, ik haal mijn schouders op. Dit is wat jij wil! En zo mag ik vetrekken. Na een klein kwartier wijst mijn eigen zoon mij de deur. Ik vertrek zonder enige twijfel. Met jouw gedrevenheid, jouw hang naar kennis, jouw enthousiasme is het hoog tijd voor deze stap. Ik laat je los, zonder angst.

Hoe anders is het nu, ruim 4 jaar later. Nu jij de eerste stappen zet op een nieuwe school. Niet langer open en leergierig. Net als vier jaar geleden heb jij het niet nodig om mijn hand vast te houden, en misschien maar beter ook: ik heb mijn handen nodig om mijn hart stevig vast te houden. Van mijn rust en vertrouwen is na de afgelopen maanden net zo weinig terug te vinden als van jouw gedrevenheid. 

Waar jouw eerste stappen in het basisonderwijs ongedwongen en vrij waren, word ik me steeds meer bewust van de zware rugzak die jij meesleept, van het trauma dat de afgelopen tijd steeds zwaarder is gaan wegen. Realiseer ik mij dat ook ik een en ander meesleep in mijn eigen rugzak. Nu de spanning van keuzes maken, gesprekken en geregel weg is gevallen besef ik dat er de afgelopen weken een tweede emotionele achtbaan in mijn hoofd rond gaat. 

In de periode waarin jij tot rust moet komen claim je mij meer dan ooit. Want de vrije dagen, zo weet ik inmiddels, nemen weliswaar de druk van het naar school moeten weg, maar leveren een weldaad aan niet-opgevulde tijd. Tijd waar jij zelf niets mee kunt. En dus heb je mij nodig om de uren te vullen. 

Na deze rustpauze ben jij zoveel meer ontspannen maar ik ben moe, zo moe. Ik schaam mij ervoor, word bozer op mijzelf dan op jou. Het is immers mijn taak nu, om jou op te vangen. Maar ik kan niet meer. Dat jij nu weer naar school gaat is de pauze die ik zo hard nodig heb. Om even iets meer of minder te kunnen zijn dan jouw gids en jouw boksbal. Mijn leven en liefde beheerst door de zorg, de frustratie, boosheid en pijn. Ik ben uitgeblust, mat.

Met pijn in mijn hart merk ik dat ik steeds meer afstand van jou neem. Ik ben minder tolerant en luister nauwelijks naar de ellenlange verhalen. Jouw knuffels onderga ik gelaten. Ik kom in jouw nabijheid niet meer tot ontspanning. Altijd op mijn hoede. Ik probeer steeds in de schatten of en wanneer de bom barst. Waar jij zo flexibel bent als gewapend beton, vraag jij van mij keer op keer een uiterste aan flexibiliteit, worden mijn grenzen steeds verder uitgerekt.

Pas als vriendinnen tegen mij zeggen dat ik niet moet vergeten wat een leuk en bijzonder mannetje jij bent, besef ik dat dat precies is wat er dreigt te gebeuren. De onmacht overheerst. Het verdriet en de pijn om jouw strijd, om mijn falen. Omdat ik jou hiertegen niet heb kunnen beschermen. Woede en moeheid omdat jij met jouw gedrag alles overheerst. Niet alleen mijn leven, maar ook dat van de anderen in huis. Ik dreig je te vergeten: de Tije die was. Het vrolijke mannetje waarmee ik mij als hij in mijn buik zit al zo verbonden voel. Die baby en peuter die ik moeiteloos aanvoel en begrijp. Ik raak je kwijt. Niet alleen in het nu. De herinneringen weggedrukt door de weerstand die ik steeds tref. Ik zie de momenten waarop jij zo graag wilt helpen niet meer, hoe jij kunt meeleven met iedereen die je lief is. En het allerergste is dat ik dan niet meer voel hoeveel ik van je houd.

Maar hoe moe ik ook ben of hoe groot ook de rekening, weet dat ik er altijd zal zijn als jij valt. Dat ik je opvang als het niet lukt op deze school. Want hoe zeker jij ook deze school binnen stapt, en hoe hard iedereen in jouw omgeving zijn best doet. Als jij het niet ziet, gaat het niet lukken. Ik hoop dat deze stap, deze school is wat jij nodig hebt. Om jezelf terug te vinden, vertrouwen te winnen. Ik hoop  dat deze school jou rust gaat brengen, omdat ik die rust zelf ook keihard nodig heb.


Eva (36) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al  opIMG-20170708-WA0019 jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. Na een escalatie tussen Tije en zijn leerkracht is hij niet langer welkom op school. Na anderhalve maand thuis start Tije op een nieuwe reguliere basisschool. Ondertussen staat het gezin op de lange wachtlijst voor gespecialiseerde begeleiding.

Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat.  In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.


 

De laatste reguliere strohalm

Net voor de meivakantie is de inschrijving op de nieuwe school geregeld. Het hoofd en gevoel al snel op één lijn. In het laatste gesprek is een aanzet gemaakt tot een plan, in ieder geval voor de eerste weken: korte lijnen, veel overleg, een voorzichtige start. De inzet voor de komende tijd is om Tije weer met plezier naar school te laten gaan. Ik besef dat het belangrijk is dat Tije gaat inzien wat de functie van school is en wat er van hem wordt verwacht. Maar tegelijkertijd besef ik dat dat nu (nog) niet aan de orde is. Tije heeft in de afgelopen maanden, jaren misschien, een trauma ontwikkeld tegen school, een forse weerstand tegen taken en opdrachten. Wil hij tot leren komen zal hij zich eerst veilig moeten voelen.

Op de valreep neemt Tije net voor de Meivakantie afscheid van zijn oude school en klas. Ik voel dat het belangrijk is. Zijn vertrek hier was zo onverwacht, de aanloop ernaartoe zo heftig, dat een ‘laatste’ positief contact nodig lijkt. Tije vertelt enthousiast over zijn nieuwe school en mag trakteren. Hij krijgt een boek met tekeningen en brieven van zijn (oud-)klasgenoten. De leerkracht zegt mij dat het spijtig is dat het zo is gelopen. Ik bedank haar voor haar inzet, want daaraan heeft het niet gelegen. Ik neem haar niets kwalijk. Maar voel ook dat het voor mij nu klaar is. Niet alleen Tije heeft een afsluiting nodig, ik wil dit boek ook graag dicht kunnen slaan.

De laatste dagen van de Meivakantie kijk ik zo ongeveer van de agenda. Anderhalve maand thuis met Tije. Anderhalve maand geen school, een overdaad aan niet ingevulde tijd en ik zijn voornaamste steun en toeverlaat. Ik ben activiteitenbegeleider en beul, troost en veel getroffen doelwit. Alle woede en frustraties, de onzekerheid in deze periode. Ik krijg het op mijn bord. En ik ben moe, zo moe: de rekening van het trekken van die kar. Ik worstel de dagen door. Vol verlangen en angst leef ik toe naar de dag dat Tije weer naar school gaat. 

De maandag na de meivakantie begint met een afstemmingsgesprek. Dinsdag gaat Tije na ruim anderhalve maand thuis weer naar school. De uren gaan we de komende week langzaam opbouwen. Tije vindt dat maar onzin. Ik denk dat hij de impact van het weer naar school gaan onderschat, maar misschien onderschat ik hem?! Ik ben opgelucht dat hij zo positief is, er zoveel zin in heeft. Maar tegelijkertijd maakt juist die positieve instelling mij doodsbang. Want wat als het ook nu niet lukt? Hoe hard zal dan de klap zijn?

Mijn twijfels of Tije zijn draai kan vinden op het regulier onderwijs zijn de afgelopen weken eerder toe- dan afgenomen. Ik ben gaan beseffen hoeveel energie het vraagt om Tije aan het werk te krijgen. Afspraken maken gaat moeizaam, zodra er iets ‘moet’ volgt de weerstand. Een deel hiervan komt doordat zijn hoofd ‘puzzeltijd’ nodig heeft, zo heb ik inmiddels geleerd. Maar vaak blijft het ‘NEE!’. Hoe moet dit op school. Als ik Tije in een één op één situatie al nauwelijks kan aansturen, hoe moet een leerkracht dit in een overvolle klas dan zien te bereiken. Maar misschien zit ik er inmiddels te dicht bovenop, mijn frustratie hierover de laatste weken zo dicht aan de oppervlakte. 

Als er ergens nog een verstopte twijfel bestaat over de juistheid van de keuze voor deze school, wordt die tijdens het afstemmingsgesprek voorgoed het zwijgen opgelegd. De nieuwe leerkrachten van Tije stellen gerichte vragen. We praten over hoe zij het kunnen zien als hij overprikkeld raakt. Hoe ik inschat dat zij het best kunnen reageren om ervoor te zorgen dat Tije vervolgens niet doorschiet. En als dat toch gebeurt, wat dan? Afspraken, handvatten: voorkomen altijd beter dan genezen.  In het gesprek zoek ik naar balans tussen voldoende handvatten bieden en toch niet teveel invullen.  Ik zie in deze leerkrachten zoveel bereidheid  en gedrevenheid, begrip voor zijn situatie. Begrip dat ik zelf al lang niet meer kan opbrengen. Tije komt zonder twijfel terecht in een warm bad. Als moeder ervaar ik een basisveiligheid die ik op de oude school toch heb moeten missen. Ik hoop dat Tije dit ook zo gaat voelen.

Als ik op dinsdag met Tije de school in loop, staat de leraar al op ons te wachten. Boven de eerste twee haakjes aan de kapstok staat zijn naam. “Wij dachten dat het voor jou fijn is als jij een vaste plek hebt om jouw jas op te hangen!” Ik denk terug aan het gesprek gisteren, heb ik daarover iets gezegd!? Eigenlijk weet ik zeker van niet. Zoiets kleins: een vast plekje aan de kapstok, het is voor mij van grote betekenis. Naast alle goede vragen die er gisteren zijn gesteld, laat dit zien dat deze leerkrachten begrijpen dat juist die kleine zekerheden bijdragen aan het gevoel van veiligheid.

Alle begin is moeilijk, maar een goed begin is het halve werk. Ik hoop dat er met deze nieuwe start in dat starre koppie een knop om gaat. Dat deze leerkrachten de juiste toon treffen. Dat Tije met plezier naar school gaat. Ik hoop, misschien tegen beter weten in, dat Tije hier zijn draai gaat vinden, of in ieder geval voldoende rust om langzaam weer wat op te kunnen bouwen. Ik hoop het, waar ik weinig hoop heb. Waar de onrust van het ‘wat als het niet lukt’ overheerst. En ik hoop vooral voor Tije dat ik het mis heb!


Eva (36) woont samen met haar vriend en drie kinderen: een zoon en twee dochters. Al  op IMG-20170708-WA0019jonge leeftijd vertoont haar zoon Tije kenmerken van ASS. Hoewel alarmbellen bij haar steeds sterker beginnen te rinkelen, vindt zij hierin lang geen erkenning. Inmiddels de diagnose ASS gesteld. Na een escalatie tussen Tije en zijn leerkracht is hij niet langer welkom op school. Na anderhalve maand thuis start Tije op een nieuwe reguliere basisschool. Ondertussen staat het gezin op de lange wachtlijst voor gespecialiseerde begeleiding.

Voor de website van ParASSchute schrijft Eva om de week een blog over het traject waar zij nu met haar gezin in gaat.  In “Onder Moeders ParASSchute’ deelt zij haar zoektocht naar duidelijkheid, begrip, handvatten en rust.